Month: October 2017

The unofficial Iranian money story

The unofficial Iranian money story

Iran heeft soms in het buitenland een niet al te best imago en de betrekkingen met de westerse wereld zijn lichtelijk beschadigd na onder andere het gijzelen van de Amerikaanse ambassade. Een van de implicaties daarvan zijn de sancties die zijn opgelegd aan het land zoals omtrent de inspectie van ‘vermeende?’ nucleaire programma’s. Wat je wellicht nog niet wist is dat Iran ook niet is aangesloten op het internationale bankennetwerk. Dit heeft al implicatie dat er geen betalingsverkeer mogelijk is tussen Iraanse en buitenlandse banken en nog specifieker; je kan dus nergens in het land pinnen of geld opnemen.

 

Wanneer je naar Iran vertrekt doe je er dus verstandig aan om goed uit te zoeken wat je plannen zijn en welk budget daarbij hoort. Alles moet namelijk van te voren worden opgenomen en cash mee. Nogal onhandig. In dit geval vond ik de regel ‘better safe than sorry’ gelden en heb ik ongeveer €50,- per dag gerekend plus een potje van €250,- onvoorzien. Hopelijk blijft daar gewoon heel veel van over. Mocht je toch zonder geld komen te zitten is de enige manier om geld te lenen van een andere reiziger (en bvb via paypal over te boeken) of bij je ambassade een smeekbede neer te leggen. Beiden geen echt goede opties.

 

Enkele dingen moet je echt van tevoren weten over het geld in Iran. Alle bedragen overal die in het Engels geschreven worden zijn in Rial, ofterwijl IRL. Echter dit is niet de gesproken currency; men heeft het over Tomen, een tienvoud van de Rial. Ook wordt deze Tomen prijs soms in de het farsi weergegeven.

 

Het farsi gebruikt het arabische schrift en ook de cijfers zijn anders dan onze 1234567890. Het is zeker de moeite waard om deze uit je hoofd te leren om zo de prijzen beter in te schatten. Wat ik zelf handig vind is om de 90 graden naar links te draaien, zo lijkt het in veel gevallen ineens op ons bekende cijfer.

 

Ook de exchange rate is ingewikkelder dan je van te voren denkt. Zo is de officiele wisselkoers verre van de straatprijs. Je krijgt veel meer geld voor je geld als je dit bij wisselkantoren in het land wisselt en niet vooraf of op het vliegveld. Het scheelt waak wel 25% en is gewoon legaal.

 

Om de rejs naar Iran te betalen zijn er enkele categorieen die voor iedereen gelden. Normaliter ben ik geen goede accountant (teveel details). Ik laat mijn belastingaangifte graag door een specialist doen en heb ik de betalingen, rekeningen en contracten van ons huishouden met liefde aan mijn vriend overgelaten, maar nu heb ik het overzicht goed bewaard. Dit stond er in mijn boekje

 

  • Hoeveel cash ik mee heb genomen in euro’s (en bij mij zelfs de potjes zoals van mn werk, van mij en gezamenlijk geld)
  • Hoeveel euro’s ik heb gewisseld, de exchange rate en het bedrag in rial
  • Welke additionele uitgaven ik al heb gedaan zoals het ticket, visum, en een VPN account
  • De uitgaven vanuit het euro cashpotje; eten op het vliegveld, een simkaart bij aankomst en host die in euro’s betaald wilde worden
  • De uitgaven vanuit het Rialpotje

 

Dit overzicht hielp mij om ten alle tijden te kunnen checken of ik geen geld kwijt was of er iets van me gejat was. Mocht het te snel slinken kan ik aanpassingen maken. Ook de taxiprijzen bijhouden geeft je langzaam inzicht in wat normale tarieven zijn.

 

De splitsing van uitgaven ligt volledig in je eigen hand maar dit zijn enkele voorbeelden. Een hostel kost ongeveer €10,-, een nachtbus naar een andere stad tussen de €5,- en €10,-, een diner in een restaurant tot €5,-, entree voor de meeste grote bezienswaadigheden €3,- of €4,-. Let op; dat zijn de prijzen voor ons als gringo’s, zij betalen vaak minder…

We do work on our days off

We do work on our days off

Om naar Iran te komen kan je het beste een directe vlucht boeken van Amsterdam naar Tehran – de hoofstad. Als je echter iets minder te besteden hebt zijn er diverse goede alternatieven met een tussenstop.

 

Via Skyscanner kwam ik snel terecht bij de vluchten van Ukraine International. Airlines, zij vliegen meerdere keren per dag naar Kiev en dan door naar Tehran. Er bleken wel enkele issues te zijn met hun site en de goedkoopste alternatieven stonden wel online maar bleken verderop dan niet boekbaar. Ook de klantenservice wist er niet veel van. De heenvlucht kwam ik wel uit, maar de terugvlucht kwam qua retourdatum i.c.m. prijs niet echt uit. Uiteindelijk heb ik bij hen een enkeltje geboekt voor ±€150,- (wel duurder dan de helft van twee vluchten met retour) die over ongeveer 1,5 week zou vertrekken op een dinsdagochtend. Met een korte overstap van 3 uur in Kiev zou ik rond 1 uur ‘s nachts in Tehran landen.

 

De terugvlucht heb ik uiteindelijk geboekt bij Pegasus airlines, een Turkse maatschappij. Voor hetzelfde bedrag vlieg ik zaterdag om 02:00 terug vanaf Tehran via Istanbul en land ik rond een uur of 11 ’s ochtends weer in Amsterdam. Wat ook interessant is aan deze deal is de optie om de terugdatum flexibel te houden voor €10,- meer. Mocht ik toch nog iets langer willen blijven of juist halsoverkop naar huis willen kan dat heel makkelijk tegen bijbetaling van het prijsverschil.

 

Maar met tickets alleen ben je nog niet in Iran; er geldt een visumplicht voor Nederlanders. Van de verschillende categorieën komen we er nog wel redelijk goed vanaf. Amerikanen en Britten mogen bijvoorbeeld alleen het land in met een georganiseerde en goedgekeurde tour. Om het visum aan te vragen kan je drie dingen doen: naar de ambassade in Den Haag, online voor het visa on arrival opgaan of gewoon op de bonnefooi erheen gaan en het via on arrival ter plekke te regelen. De laatste optie geeft het minste gedoe maar het meeste risico.

 

Ik besloot het visa on arrival aan vooraf aan te vragen, dit hoef je dan alleen nog maar op te halen op het vliegveld in Tehran. Het proces gaat via een website van de Iraanse overheid waar je een serie vragen moet beantwoorden en je pasfoto (mag zonder hoofddoek) en paspoortkopie achterlaat. Na indienen krijg je een trackingnummer en binnen enkele dagen bedricht van het resultaat.

 

Precies een week voor vertrek kreeg ik de boodschap in de mail dat mijn visa was afgwezen omdat ik geen duidelijk genoege specificatie had achtergelaten van mijn adres in Iran. Als ik iets meer research had gedaan had ik geweten dat een hosteladres goed genoeg was maar het generieke; ik ga naar Tehran en dan naar … helaas niet goed genoeg. Ook stond in het bericht vermeldt dat ik het nu via een reisbureau moest regelen.

 

Gelukkig was de ambassade telefonisch bereikbaar die ochtend tussen 10 en 12. De meneer aan de telefoon vertelde me het formulier opnieuw in de vullen en langs te komen in Den Haag die middag. Het online formulier weigerde echter dienst en gaf als melding dat ik die dag al meer dan 3 aanvragen had gedaan. Na wederom bellen gaf hij aan dat ik het 24 uur later nogmaals moest proberen, dat ze woensdag gesloten waren en dat ik dan maar donderdag moest langskomen. Dat hield ongeveer 2 wekdagen over voor het processen, terwijl er 5 voor staan.

 

Met een kleine paniek ben ik toen gaan zoeken naar alternatieven; het VoA toch ter plekke halen, visabureau’s inschakelen of desnoods toch maar naar Porto?

 

Het ANWB visumbureau in Den Haag kon me alleen maar helpen met een zogenoemde Letter of Invitation. Dit is een ouderwets systeem waarbij zij bemiddelen met een touroperator in Iran die jou vervolgens uitnodigd. Volgens hen de enige manier waarop zij voor derden het kunnen regelen. Om deze letter binnen 48 uur te hebben betaal je €200,- en om dan je visum daarmee te krijgen betaal je nogmaals het spoedtarief van €150,- plus €50,- verzendkosten en dan had ik hem dinsdagochtend op zijn vroegst. Ik vlieg dinsdagochtend. ANWB hartelijk bedankt en al langzaam gaan kijken naar alternatieve bestemmingen.

 

De ambassade in Den Haag is dagelijks tussen 2 en 4 open en neemt normaal alleen visumaanvragen in behandeling die vooraf online zijn geopend –middels het vervloekte formilier. Ik besloot dat er maar een plek was die mij, dame in nood, kon helpen en dat was toch dit hoofdkwartier. Met alleen mijn paspoort onder de arm en knipperende blauwe ogen begaf ik met in de auto naar Den Haag.

 

Bij een vrij onherkenbare ingang (een wit gesloten hek met een bel ernaast) werd in binnengelaten en bleek de enige te zijn bij een balie met plek voor vier beambten. De heer achter de balie vond dat hij echt mijn formulier nodig had en ik kon het nogmaals online proberen; weer dezelfde gekke foutmelding. Na navraag kwam nu de aap uit de mouw; je kan pas 24 uur na je afwijzing opnieuw aanvragen. Dat scheelde voor mij dus helaas 2 werkdagen. Tijd voor een nieuw plan.

 

Met mijn beste blauwe ogen liep in naar de balie met de vraag of ik niet mijn paspoort alvast kon achterlaten, het formulier kon namailen, ze het vervolgens heel snel voor me zouden verwerken en naar mij opsturen. Dan zou ik nu alvast betalen. Het kwam zelfs even in me op om een extra briefje geld over de toonbank te schuiven maar het was niet nodig. Lichtelijk verbaasd accepteerde hij mijn voorstel en beloofde het zelfs de volgende dag (wanneer ze gesloten zijn) direct te verwerken en opsturen. Toen ik naar buiten liep bedacht ik wel dat ik mijn paspoort ergens had achtergelaten en het nu maar was hopen op de professionaliteit en goodwill van de Iraniers.

 

Ze stelden niet teleur. Nadat ik woendsdagochtend wederom de aanvraag kon indienen –dit maal met goed adres – was een mailtje voldoende. Ik ontving netjes een mailtje terug met goedkeuring die zelfde middag met als opmerking erbij dat ik echt de kabelbaan in Tehran moest bezoeken wat dat had een fantastisch uitzicht en dat hij me veel plezier wenste in Iran. De post bracht zaterdagavond de enveloppe met paspoort met visum. Nu al gastvrij, bedankt Iran!

Wanderlust is back; why I wanted to go to Iran

Wanderlust is back; why I wanted to go to Iran

Ineens overviel het me; ik ben veel te lang niet echt op reis geweest. Geen exotische plekken, backpacks en vreemde gebruiken maar een campeervakantie Zuid-Frankrijk en een weekendje UK. Heerlijk om te ontspannen maar daardoor juist niet ont-ontspannend. Het gevoel dat de wereld letterlijk aan je voeten ligt, dat je ongebaande paden bewandeld en elke dag een grote verbazing is. Vreemden die met je willen praten omdat je anders bent dan zij, uren op bussen wachten en minstens een keer per dag afgezet worden. Dat miste ik; avontuur.

 

Naast het verlangen ontstond er ook een mooie mogelijkheid; ik zou de komende twee weken alleen thuis zijn, heb geen harde verplichtingen op werk en hockey is uitgevallen. Het weer in Nederland doet weer zijn Nederlandse ding en in de rest van de wereld is het mooi.

 

Ken je van die mensen die het liefste dezelfde film 100x keer kijken omdat ze hem zo goed vinden? Of naar dezelfde camping gaan want daar is het goed? Hele verstandige mensen; zo niet ik. Films uitzoeken met mij is niet leuk want ‘heb ik al gezien’ betekent een harde nee. Series terugkijken niks aan, ik probeer hardop te herinneren wat er gaat gebeuren en ben dus een grote spoiler. Het liefste zou ik daarom altijd iets nieuws doen en dat pas ik ook toe op mijn reizen.

 

Nu dus nog een nieuwe bestemming vinden… Criteria; alle bovengenoemde redenen en binnen een aantal uur vliegen voor een redelijk budget. Die laatste twee filters kan je inzetten bij een website als Skyscanner die alle vluchten vanuit Nederland naar Overal in oktober op prijs kan sorteren. Hij geeft je opties vanaf een paar tientjes (bijvoorbeeld Porto, of Budapest) tot paar duizenden euro’s (echt hoezo betaalt iemand 5000€ voor een ticket naar Philidephia). Met een beetje creatief heen- en weer klikken tussen diverse data ontstond er een lijstje met kanshebbers. Bijvoorbeeld Costa Rica, Ijsland, Moskou en Iran.

 

Waar je vroeger dan de reisgidsen in dook is het tegenwoordig blogs lezen, wikitravel en inspiratie opdoen op social media. Zo kwam ik eracht dat het hurricane season en nogal regenachtig was op dit moment in Costa Rica. Dat de dagen te kort zijn om nu naar Ijsland te gaan en dat het echt al vrij koud is in Moskou. Bleef over Iran.

 

Op internet doen er veel verhalen de ronde over Iran en ze zijn zonder uitzondering allemaal heel erg positief. Ook enkele van mijn vrienden die er geweest zijn hebben de bestemming van harte aangeraden. Het imago van een moeilijk te bereizen, gevaarlijk en bekrompen land bestaat alleen in de hoofden van degenen die er niet geweest zijn. Criminaliteit is op zijn laagst en er is hier net zoveel kans op terrorisme als pakweg in Amsterdam. De Iraniers worden aan alle kanten geprezen over hun gastvrijheid. De deuren staan vaak open en er wordt met interesse gekeken naar andere culturen.

 

Natuurlijk is het niet alleen maar makkelijk en leuk daar. Vrouwen zijn onderworpen aan een extra set regels en je kan er nergens pinnen, met pin betalen of geld opnemen. Op de paklijst dus een stapel cash, gewaden die kont en armen bedekken en hoofddoeken. Let’s go to Iran!

Volunteering is ineffective and inefficient (but you should still do it)

Volunteering is ineffective and inefficient (but you should still do it)

As a consultant I help advise organizations about their operations by questioning their effectiveness and efficiency. In other words, are they doing the right thing and are they doing that thing right? I just can’t help but questioning volunteering in the same way.

 

Let me start by analysing what the problem is we are providing help for. The problem essentially is the human thing. People fleeing their countries for reasons I can understand, may it be hunger, war or oppression. The solution we should be looking for is how to make sure those people want to stay there. We could make some great efforts in paying proper prices to fair organizations for products such as coffee, cloths and diamonds, thus enabling proper wages. We could stop providing weapons to countries that use them to shoot their children, thus enabling a safer environment. We could stop buying oil from corrupt regimes that will use the money to oppress their citizens, thus enabling free thinkers. But we don’t do any of those things. It costs us too much money.

  

And so we are left looking at the second best solution. Making sure the people can go to the nearest safe place and return when they feel the conditions have improved. The problem here is these countries are not safe either; they are struggling with wars themselves or have already taken in more than they can handle. The situation here is still hopeless, I cannot blame anyone from moving on further. But we can help. We could give financial aid to countries, which is invested in camps where people have a chance of making a living, children can go to school and there is a future. We could bust the smuggler networks making millions on illegal passages. We do none of that, it take too much time.

 

Instead we try to stop the people, literally. We fund the country that arrests refugees trying to get to safer places. We fund the country that deliberately let’s people drown and even aids them by stabbing their boats or firing water cannons at them. We send troops to their borders stopping illegal passages and we fund barbed wire fences. Whichever is the cheapest and stops the problem from heading our way. Perhaps we have forgotten our own history?

 

And even worse, this is not solving the problem. People still are heading our way to apply for asylum in places where they can sleep soundly at night. And this is where I come in, helping them provide a safe passage to set foot in Europe. I feel angry; I wish there was no need for me. Yet I am needed and I want to make it work in the best way possible.

 

When volunteering around the Greek islands there are several ways to help out. Organisations have specialized in rescuing people on water, providing medical care, distributing food and cloths, building shelters or assisting in the administrative process. So are we doing the right thing and this thing right? Well not exactly.

 

When looking at rescues from a logistics point of view, there are solutions which are much more effective. I’d define effective as getting people safely into Europe. Why don’t we allow the people to board ferries? Why don’t we send them good boats and life jackets? Why don’t we ride along with them and show them a safe passage? Why don’t we hand out our numbers so they can call us in case of emergencies? It’s illegal.

 

 

I would argue making rescue missions obsolete would also be much more efficient. I’d define efficient as getting people into Europe at the lowest costs possible. What if we could save the money that goes into rescuing people, big marine vessels and coast guard ships working non-stop? What if we could save the money that gets lost to smugglers, which could be used by people to buy their own shelter and food? What if we did not need the many volunteers watching the water every day and they could be at home working? What if nobody ends up being traumatized, losing relatives or getting sick during the crossing? We would all win.

 

Even on a smaller scale there is so much inefficiency that working here can become really discouraging. At the three boat landings I have witnessed so far there were an average of 9 different organizations. Some had specific tasks, some wore uniforms and some had received training. And there were others who came in for two days, made selfies with babies and left again. I’ve seen a man film the entire landing, completely unaware that he was standing in the way. I’ve witnessed a woman grabbing a child and walking away from the boat. The kid lost eye contact with his mother and started crying uncontrollably. I saw volunteers wrapping emergency blankets around people as if it were magic capes. And there are organizations handing out croissants when refugees have to take a bumpy bus ride just minutes later. Mostly the busses end up full of vomit. As discouraging as it may be, it might still be a good thing. The selfies get shared on Facebook, the film is shown in their home country and they all are people who have the kindness in their hearts to want to help.

 

 

Sometimes, after getting up at 5 A.M. and a futile 6 hour watch shift, I ask myself why I am here and I remember one specific story. An elderly lady born in 1944 in Berlin told me she was born hopeless, the youngest of 8 children to a single mother. There were great famines and poor babies just died; she was never supposed to live. But she did because every time when was on the verge of collapsing a stranger donated some milk. If not for that drop of milk, she might not have stood here today. So I just keep on going and help, one drop at a time.

From refugee to volunteer

From refugee to volunteer

Voor de Nederlandse versie, klik hier.

Just imagine. You live in a beautiful country; the weather is nice, it has a rich history and lovely old architecture. Your father and grandfather built their families and business there, you went to college and have a good job. 3 years later your country is broken to pieces, you have to miss your entire family and you are an asylym seeker in Ridderkerk, the Netherlands. After wandering through a whopping 16 different whereabouts you are back at the boot landing sites in Greece. Today I tell the story of Ibrahem Khaola (27) – volunteer at the Dutch Boat Refugee Foundation. 

 

Damascus – Syria

Ibrahem Khaola is born in Syria in 1988. He has an older sister named Alaa and a younger sister called Sara. He lives with both his parents in Damascus. His father owns a stone factory and has a rich life; plenty of money for all they need, a good family and a quiet life. Ibrahim earned a degree in electrical engineering at a community college, plays soccer twice a week and visits his family daily. But unlike his father he is not completely happy with his life.

 

Like many youngsters in 2010 he own a smartphone and reads about the world around him. He notices things go a little different in Syria; there are no trains, no subways and the power is held by the same family for the last 40 years. In March 2011 he decides to organize a demonstration for democracy. The protests are hosted by the university, mosque or facebook networks. His father warns him; “Don’t do it, it is better for everyone.” They continued to hand out pamphlets with slogans like; no dictatorship, no Bashar al-Assad, freedom.

 

The devious dictator reacts with a ban on assembly. al-Assad decides to start using tear-gas and arrests the youth. 90% of the arrested are never to be seen again, only a tiny 10% is ever released. They serve as a terrible warning to others. One of Ibrahems friends undergoes this fate and tells his horrible story. He was left standing on one leg for an entire week, hands bound above his head. He did not have any food or water untill he figured that one hour of beating would result in one cup of water. He barely survived.

 

To avoid futher arrests the demonstations become shorter and less predictable. They spend 10 minutes protesting in one area and cover the entire place with posters. Because of this technique, al-Assad loses even more power and the new revolution gains status. Still Ibrahem had never heard any weapon being fired yet, but this changed quickly. The police started shooting and there were no safe places anymore for the protesters. Once hit the hospital was out of the question, and clandestine surgery was performed in dimly lit rooms by friendly doctors. What Ibrahem stresses the most is the complete inbalance and unfairness; it is weapons vs. freedom.

 

The countryside starts taking up arms and the Free Army is born. They buy their weapons from corrupt army officials. The very same power they fight is supplying their enemies for extra cash. The resistance grows stronger, revenge is a big theme in the Arab culture and by then everyone has been personally hurt by losses. Grandpas, sisters and boys nextdoor start fighting as well. al-Assad has gained another problem; soldiers refuse to shoot their own friends. He responds by sending them to other cities. Homs’ soldiers in Damascus, Damscus’ soldiers in Aleppo, etc. Many of them through put down their weapons and flee in response. Bashar al-Assad sends tanks into the cities; it is war.

 

For Ibrahem it is no longer safe to travel to work; the roads have turned into battlefields. He has two options; fight or flee. He says; “Weapons, that is just not me.” and shakes his head while telling this part. He escapes Syria on January 12th 2013 with his cousin Osama and his boss, through Beirut to Istanbul. He leaves all what is dear to him and his beloved country is broken.

 

Istanbul – Turkey

In Turkey the boys meet a real estate agent on their very first day; he arranges for a place to live and has a job for them. Being illegal Ibrahem ends up at a bakery where is heavily exploited by his new boss. For 400$ a month, he works 14 hours a day, 7 days a week. He barely manages to save any money and dreams of a day off. When I ask him why he wouldn’t apply for asylum there and try to find work legally his reply is simple. Turkey has no legal procedure to stay in the country, only endless camps with tents, no food and no work. 

 

After he manages to pick up a few English words life gets a little easier. He finds a new job making furniture; same hours, same pay but only 5 days of work a week. After working non-stop for 3 months he finally sees a little of Istanbul. He speaks fondly of its inhabitants. After the Sugar Festival his kitchen is filled with dishes of complete strangers, caring neighbours he had never met before. 

 

Another 3 months pass by and he manages to get an even better job; for 1000$ a month he works construction; same hours still. Finally he can start thinking about his future. He wants to pick up studying and get a job which involves a fair treatment, both impossible for him in Turkey. His friends want to go to Egypt or Algeria but Ibrahem fears their wars. He decides to approach a smuggler an takes a bus to Izmir to board a boat to Europe.

 

Ikarea, Samos and Athens – Greece

With 45 persons he boards a boat which is obviously inadequate. He tells his mother he is going by car to stop her from worrying. He leaves all his money in Istanbul with his friends – it would be a shame if it sank alongside him. He does have a life jacket, but he hasn’t a clue if it is a real one. Like almost all of the refugees, he has heard about the terrors of the crossings, but those story just don’t cut it. The steersman is a refugee who has never seen a boat before in his life. He followed a little light and drifted way off course. 9 hours later the group arrived on the island of Ikarea, Greece. They are transported to the island of Samos by the authorities. 

 

All 45 of them are lined up in the Samos’ police station. Ibrahem is number 14. He has to hand over all dangerous goods but all he carries are 50 euros, one pair of boxers, a shawl, a necklace his little sister gave him and a bottle of his mother’s perfume. His necklace is deposited and the perfume thrown out. He protests; it is the only memory of his mother he has left. The officer laughs at him and says he does not care. 

 

The following three weeks the group is detained without any contact with the outside world. His cousin Osama calls his mother daily and lies about just talking to Ibrahem and how he is doing just fine. Nobody knows if he is still alive. In jail all 45 refugees are forces to enter the cantine through a window every single day. You have entered Greece through a window, now you must do it to get food. There was a perfectly fine door right next to it but even the children and elderly were forbidden from using it. He tells me he wanted to bite the police and I want to join him. 

 

All of sudden they are released and receive a paper which grants them access to Greece for 6 months. Ibrahem has zero intention of staying in this country and buys a ferry ticket to Athens for 44 euros. With only 6 euros in his pocket and the Western Union offices closed he has no other option but to sleep on the streets. The next day he is able to pick up his money and sleep in a hotel.

 

All the while Europe has tightened many of its borders and there are no legal options for him to carry on North. A smuggler offers to take him to Germany for 4000 euros, but he does not have the money. He hears about fake Italian identification papers and decides to fly to Italy. Obtaining the ID card is peanuts; you step into a certain cafe and a Algerian lady approaches you. 80 euros and one day later you are Italian, on paper at least. 

 

Ibrahem books a plane ticket and tries to get on the very next flight. Customs is specialized in cases like his and immediately spots him. After seeing his ID the officer starts rambling in Italian and Ibrahem knows he is lost. His ID is ripped and he is sent back emptyhanded. He repeats this process another 3 times and gets more and more disappointed.

 

The fifth time he lingers over the optimal strategy all week. He gel-spikes his hair, slaps on a magnet earring and carries a book under his arm. He walks towards the customs officers with full self-confidence and it works. In the airplane he straps himself in straight away; no one is gonna stop him now. He is beyond exicted. 

 

Milan, Paris and Amsterdam – Italy, France and the Netherlands

In Milan Ibrahem plans on moving on quickly. He buys a train ticket to Paris and starts overthinking his final destination. It became clear to him very sudden. When thinking of the Netherlands he pictures cheese, milk and windmills and he was crazy about windmills. He bought a ticket to Amsterdam and arrived at Central Station at 11 at night. 

 

Without having any sense of direction he wandered the streets of Amsterdam. He smells strange odours and feels very happy, almost like he is flying. He does not remember how long he spends walking but he ends up at a police station applying for asylum.

 

Ter Apel, Oudhuizen, Wageningen, Arnhem, Dronten, Ridderkerk – the Netherlands

With a trainticket to Ter Apel in his pocket he starts his journey in the Netherlands. He is sent to 5 different asylum centres. Six months after his adventures on a boat he finally lands a proper home in Ridderkerk. The first year he is lonely and struggles to connect. He studies the Dutch language and walks around the village.

 

One night he sees some boys and girls building houses of cardboard on the streets. It turns out to be the ‘night without a roof’, a demonstation against homelessness. Because he knows what it is like to sleep on the streets he joins in and sleeps on the street for one more night. He get to know some of the people and they invite him to their hangout place. He joins them for soccer and makes his first friends, including his good friend Rik. Rik, his mother and her sister make plans on volunteering in Greece and invite Ibrahem to join them, he could act as an interpretor. 

 

Lesvos – Greece

Ibrahem is back where he once used to be, but has moved on in so many ways. Here he is known as happy face – he is always smiling and has conquered everyone’s hearts. He is so happy to help the refugees but feels sad a the same time for his country and his people. He is very open about his story and adds that he has another 10% he is not sharing. I won’t aks him about it.

 

Ibrahem’s future looks bright. His Dutch is amazing and he is up for a final exam soon. If he passes he is eledgible for starting a next level Electical Engineering course and will finally start studying windmills. He misses his mother dearly and hopes to obtain a real passport soon to visit her. He want everyone to read his story. His biggest dream is becoming a famous Ridderkerker. 

 

 

 

Refugee

Personal story

Ibrahem

Syria

Volunteer

The transit island

The transit island

We are in the middle of the storm here in Lesvos, right in the epicentre of the refugee stream towards Europe. The primary entry point of the Garden of Eden a.k.a. the EU. And at the moment we are in the eye of the storm, an awkward and dangerous silence. All the turbulence spinning around us, across the water in Turkey, in the centre of the island in the mega camp of Moria. We are not sure what is happening, but it will start hitting us soon.

 

As full as the camp was yesterday it is deserted today. In the tent next door the boxes full of baby socks and blankets are waiting to meet new refugees. The Dutch medical tent has a waiting room outside, now filled with waiting volunteers. In the back of my head voices start whispering if I am here in vain, if we should pack up the camp and move to another island perhaps. There are rumours about new laws criminalizing volunteering, about marine ships who arrest any refugee they see and EU plans in the making. If we already feel like the plaything of the politicians, how unsettling must these rumours make the refugees feel?

 

Let me explain a bit more about their journey here. In their home country they often have to escape on foot through the mountains to safer territory. They walk for hours if not days carrying what little they could afford to take with them. They cross the borders illegally and make sure they do not end up in one of the mass refugee camps. Somehow all the people we meet have survived this so far. The next thing is to find a safe passage from Turkey to Greece. On the opposite shore the shops will sell life jackets on every street corner and hustlers pick up anyone looking refugee-ish. You can buy a ticket for about 750-2000 euros, depending on the weather conditions and your nationality. Afghans for example get discounts and in return crappier life jackets and slots. They will guide the people into the jungle and have them await an appropriate moment. I have spoken to an Afghan man waiting for 3 days without food or water. I have seen life jackets with nothing but bubble wrap inside and children wearing nothing but inflatable Nemo toy jackets. They are told the trip takes them 25 minutes, but the 12-kilometre journey usually takes several hours. They have to walk into the water until their waist and are soaking wet the entire trip, crowding together with too many people. And the boats they arrive in are the worst. A local of Lesvos put it like this: “Their boats are only good enough to be coffins.” If the Turkish coast guard catches them they are imprisoned and the smuggler goes free. If they make it across they still face rocky cliffs and panic, the latter making them their own worst enemies. Sometimes a boat capsizes when all people lean one way towards help when they are just minutes from being saved. On shore, if we have spotted them and are able to guide them towards a clear beach, we meet them with instructions, emergency blankets and transportation. We will guide them towards the nearest transit camp where they will get clean cloths, hot coffee and medical attention. On Lesvos people are transferred as soon as possible towards camp Moria, the central holding camp. A former prison guarded by policemen with shields and sticks and still surrounded by high fences and barbed wire. Welcome in Europe.

 

We all know Europe is divided about the human thing. They can’t seem to agree on what should happen. The people of Greece, of Lesbos, the ones I have met are not divided at all. The refugees are human and in need of help, we care for them. What happens later is not their concern; their concern is to stop dead people washing up in their back yards. The local shop owner said: “If there is no war here, why do we see dead people on the shore?” It was simply unbearable to him.

 

When asking about the effects of the crisis I have not heard one person complain about their own fate, their concern was with humanity, and with the island. They hate to see their beloved island be polluted by the waste of ripped open rubber boats and thousands of life jackets. Imagine a massive pile of life jackets and multiply this by a thousand. You end up with a junkyard containing over 500.000 jackets, it is so big you can swim in it, which I sort of literally did. Mixed in with the orange mass are items of clothing and personal belongings. Baby shoes, a ripped ID card and a fancy coat are there for the taking. It seems surreal, almost like an Auschwitz exhibition.

 

 

 

The locals also hate to see their odd set of guest closing their eyes to the beauty of the island and blindly focussing on the negative. I suddenly felt less guilty about my hours in the sun staring over the water or looking up at the starry night and visiting their castle and taking pictures of the island. Lesvos and its people are wonderful and I would invite you all to please consider spending your summer holidays here.

Mixed feelings

Mixed feelings

I have mixed feelings. About almost everything happening here. 

 

After a day in Greece all I saw were happy faces and sunshine. The snow had just melted and suddenly the boats stopped coming. The warmer climate encouraging the crossing was dimished by the colder political climate. The Turkish coast guard  had made it their (EU funded) mission to stop all boats and trow the escapees in jail. The people we met had barely made it through their naval curtain and were just plain grateful for being safe. I feel glad to meet such joy, however I would have liked to feel somewhat more needed and that makes me feel guilty.

 

Me and my covolunteer Alemke were shown around Lesvos by two veteran volunteers. Two ladies who had been here before last autumn and had lived through horrific scenes. Rows of soaking wet and freezing people with nowhere to go and no carers to turn to. People in panic mode pushing their way to the front to get off boats first. And boats capsizing and sinking, people dying. When they had left the island they felt unsatisfied with the job they had done, eager to return. Returning now showed them much more peaceful shores and well organized camps. They sat in the sun staring over the sea, silently looking for boats that didn’t come all day. I wonder if they are satisfied now, or perhaps a bit disappointed as well.

 

Since there wasn’t much to do at the beach we volunteered at the local camp site. Designed to hold a few dozen people for a few hours it was falling short very quickly when another 120 people were dropped off by the coast guard and the ferry strike meant people had to stay overnight. Even though people were flooding in, we still felt useless and hung around the other volunteers. I felt like a cat frollicing around its owner’s legs and constantly being in the way. It started weighing on me; being here, being quite capable and yet not knowing where to start. 

 

We talked to some and heared about some of the people in the camp. Amongst the newcomers were many of Syrian descent, but also many with less obvious nationalities such as Iranian, Afghan and Iraqi. For some it was obvious why they fled; the war had destroyed their houses and families but others had different stories of denying military duty (Iran) or being threatened because of their humanistic (empowering women) work (Afghanistan). The first had a plan of pretending to be Syrian until reaching Germany, then counting on this degrees and thesises to speak for him. The latter produced a PDF letter on his phone in Arabic and a warning in English from his friend and dr. explaining he was under threat. Alemke explained to me she had worked with such letters before while working with human trafficking victems. They were often templates. We wondered if these two men stood a chance in Europe? Were their claims for asylum legal? At least they felt legitimate to me. I felt on one side it would be fair to explain to them that their journey might be in vain, but it would also be cruel. And perhaps they knew already and willfully manipulated me, in that case the joke is on me.

After little encourgement we soon set out on a mission to cheer up some of the smaller children by showing the art of bell blowing. It was appreciated with the biggest smiles to have the bells blow up in my own face, so I did. You could sense the parents ease up, seeing their children play for the first time since, perhaps literally, forever.

 

Later that afternoon we snuck into the childrens tent to help one lonely greek volunteer in her mission to entertain a group of 30 loud children. One little girl wanted me to do something and kept asking the same question over and over again. After shrugging my shoulders as a sign that I did not get it she started speaking louder, as if I were deaf. If anything she was very dedicated. Later that evening I found out she meant she was cold.

 

Another child, no older than 1.5, had been left in my arms by her mother. She quickly started crying and tried to run away to find her mummy, bearfoot across rocks and gravel. She did not like me stopping her at all and hit me in the face with her little soft hand. There was no doubt about it, she was very distressed and did not trust me to care for her at all. Finding her mother was the next ordeal, with the women all wearing dark coats and head scarfs. When I found her mother I was shocked by her indifference. She just took the child and kept fussing around with some of her belongings. Perhaps she was so tired she could not bear any drama, was it even fair of me to expect a thank you to me and some affection for the child?

 

On the other side there were people who were happy with me. I received drawings of a heart (broken, with a swoard through it?) and a rose from a boy. A girl drew me in her pictures. Or at least I think it was me, the figure had yellow hair. A third child kissed me and a mother told me over and over again she loved me. 

 

On my first day I have been hit and kissed by in the face. I must have made quite the impression…

Humans, we’ve got a problem.

Humans, we’ve got a problem.

Humans, we’ve got a problem. Newspapers comment on it every day and I can’t open my Facebook feed without finding comments on it. You all know what I am talking about. Usually refered to as the refugee crisis, the IS terrorist war or the immigration problem, thus becomming a distant and dark thing. I’d like to refer to it as the human thing.

 

The human thing started a couple of years ago when people started fighting, people got scared and people started fleeing. A pretty normal human thing to do I’d say. These humans have to wage their lives, leave their possesions and become the plaything of criminal organisations in order to secure their future. If they are lucky enough to make it to safer grounds many are treated as criminals themselves, arrested, protested against and refered to as problems. 

 

Probably not all people entering the European mainland are doing so on humanitarian grounds. There might be some who struggle to feed their kids, who hope to go to school and find a bed to sleep in at night. Again a pretty human thing I’d say.  

 

Then there are those who fight the inflow of foreign faces, afraid to loose their own identity. ‘Feed our own people first.’ ‘Close the borders.’ Sometimes I feel ashamed for them, forgetting our tolerant nature, our own history of dispair and following the first populist politician willing to stroke them on the head. But most of the time I feel for them. You must be pretty miserable to envy a refugee. You must really hurt to forget about empathy. And then I feel ashamed of myself, for projecting my own string of thought onto them and pitying them. Who is to say I am right? Let’s just say it is a human thing.

 

Let’s make one thing clear. I did not study the history of these conflicts, I am no expert on their complex international nature nor did I visit these countries to witness the war. I can simply relate to all people involved and their emotions. I am flying out to Lesvos, Greece tomorrow to join a foundation giving humantarian aid to people aiming to set foot on the European shore and start their way to immigration. I will meet these humans for the first time.

 

I would like to share my story, meeting them with you.

The Human Thing

The Human Thing

ABOUT

Who I am

My name is Joëlle van der Pol. I will be in Lesvos, Greece giving humanitarian aid to refugees. I am a woman, daugther and girlfriend. Also I am a consultant, writer and entrepreneur.

I am 26 now. I grew up in a small village in the east of The Netherlands playing outside with my younger brother and sister. As soon as I was allowed I went to university in Delft, took my time and studied at least three topics. After graduation I moved in with my boyfriend and started working as a strategy consultant.

What do I do

I am working for the Dutch Boat Refugee Foundation.

“The volunteers of the Boat Refugee Foundation (Stichting Bootvluchteling) work on Lesbos, Leros and Kos and in Athens. Here we provide emergency aid and supplies to boat refugees. We focus on the most vulnerable among them: pregnant women, breastfeeding women and children under age 9.

The emergency aid on the islands is poorly organised. Often there is no shelter, no food, no amenities, nobody who looks out for them. The situation seems hopeless.

As a foundation we work, wherever possible, with other support organisations (UNHCR, Red Cross, et cetera) and local volunteers. The number of local volunteers is wholly insufficient. They not only provide emergency aid for thousands of refugees, but also have to deal with unwilling politicians and angry citizens. Other organisations are not yet present, or with a skeleton staff.”

Why this story

I feel helping refugees is a pretty selfish thing to do, at least for me it is.

I’d say the biggest reason for me to go to Greece is to be able to form my opninion on the human thing (see my first blogpost) from within. I’d like to confirm / change my strong feelings about the matter and feel less ignorant and biased.

Secondly I do like helping people, it makes me smile and cry at the same time. And I like the fact it does the same to them. I would like to help them a bit more by sharing their stories and photo’s, and make them feel like they matter again.

The accidental escort experience

The accidental escort experience

Onderstaande heb ik geschreven eind maart 2015 en in november 2015… nu ik deze site opnieuw ga gebruiken wil ik toch graag het einde van de reis in Zuid Oost Azië met jullie delen. Het is nogal een verhaal…


Het woord is gevonden: een eervolle vermelding voor Sibe en de credits gaan naar Marielle en Joost.

Een busje kwam mij ophalen uit Krabi, om naar Ko Lanta te rijden. Dit keer waren ze 20 minuten te vroeg, maar gelukkig had ik al een ontbijt achter de kiezen en was ik klaar om te gaan. Het mooie aan deze minibus dienst was dat ze je afzetten bij de plek waar je wilde op het eiland. En ook anders afzetten, want waar wij buitenlanders 300 bath betaalden, hoefden de locals slechts 90 bath af te tikken. Na enige research had ik besloten om naar Klong Nin beach te gaan, waar je direct aan het strand hutjes had en het goed te betalen was. De eerste strandhut waar ik echter binnenstapte was dat niet en ik werd verder verwezen. Op de hoek woonde en Fransman met zijn Thaise vrouw, en zij hadden wel goedkope kamers , helaas niet die avond. Zij verwezen me weer door naar hun achterbuurvrouw genaamd Mama. Toen ik haar zag wist ik precies waarom. Een brede lach omlijst met enkele haren, een paars huispak om haar omvangrijke lichaam heen en een haarband met oortjes. Ze vertelde me dat zij alleen nog maar een grote kamer had voor die avond, en halveerde ter plekke de prijs toen ik vertelde dat ik weinig geld te besteden had. De nachten erna had ze nog wel een bamboe hutje voor me, een klein geval op palen met een matrasje erin. Ook nodigde ze me uit om met haar mee te gaan morgen met een tour. Ik zei ja op alles.

De tour was wederom een four islands tour (vier andere islands), maar ditmaal met een lokaal gecharterde boot en haarzelf en wat vriendinnen en een andere gast. Ik was blij dat ik niet alleen met de Thaise dames zat, maar ik bleek vrij weinig te hebben aan de Finse jongen. Hij was een professioneel danser en ik hoop dat hij zich daarmee erg goed kan uitdrukken, want verbaal was hij een saaie drol. Hoe anders waren de vriendinnen. Ze kletsten de oren van de kop, maakten constant grapjes en legden veel uit over de omgeving. Onze eerste stop was een snorkelplek, met prachtige vissen bij een stijle klif. Daarna sloten we aan in de rij om een geheime grot in te zwemmen, een riviertje te volgens en uit te komen bij een door rotswanden ingesloten lagune. Vroeger een piratenhol, nu een prachtige plek vol natuur. De derde stop was op het eiland Ko Ngai, waar veel resorts zitten, en met een goede reden. Deze atol heeft een parelwit strand, wat zich erg oppervlakkig uitstrekt en eindigd in een steile klif vol koraal. Ik heb daar een uurtje alleen rondgedobberd en zeeegels, clownsvissen, zebravissen en baracudas gezien. En nog veel meer soorten zeebewoners waarvan ik geen flauw idee heb hoe ze heten. Aangezien de Thai liever niet verkleuren had ik het voorste zonnedekje voor mij alleen.  Lang uitgestrekt ben ik deze middag verkleurd tot een kreeft. Het soort rood  wat langzaam bijkleurt tot bruin maar ik kon me de volgende twee dagen niet in de zon wagen.

Dat maakte de dag erna daarom ook best wel saai. Met lange mouwen aan heb ik per scooter het eiland verkend en daarna heb ik me aangesloten bij een gratis yogaklasje bij zonsdondergang op het strand. Een Zuid-Afrikaan met een perfect lichaam en een tikkeltje idiote geest gaf ons les. Hij leerde ons onszelf elke dag te knuffelen en te vertellen dat we van onszelf houden, hij leerde ons onszelf een schouderklopje te geven en zwamde nog wat over chakra’s en aura’s. Zijn boodschap was mooi, maar ik kon het niet laten af en toe even weg te dromen bij de zon die langzaam de zee in zakte. Bij een perfect zonnegroet verdween hij en maakte plaats voor een rits aan groene lichten. Iemand dacht dat het een tsunamiwaarschuwingssysteem was, maar nee het bleken inkvisvissersboten (mooie woorden voor galgje).

Na het zonneparadijs werd ik wederom per minubus opgehaald om naar Trang te gaan. Hier vertrok mijn vlucht de voglende dag richting Bangkok. Helaas zette de chauffeur ons af bij het busstation, ver buiten de stad. Een lokale bus verder kwam ik aan in de enige straat waar een paar verdwaalde toeristen rondliepen. Trang krijgt er meestal niet zoveel en dat was te zien ook. Of eigenlijk beter gezegd, ik werd erg gezien en aangestaard. In mjin hostel zal ook een Griek en hij vroeg me waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde met een wedervraag; Waar denk jij dat ik vandaag kom? Hij wees naar de twee vlechten die ik toevallig inhad en vergelijk ze met de meisjes op de melkpakken die ze in Griekenland hebben en zei; Nederland. Misschien heeft hij me horen praten… en anders lijk ik dus op een Nederlands melkmeisje…

Die avond begaf ik me op de locale avondmarkt, een verzameling kraampjes met tweedehandskleding. Toen ik net zat voor een laagje nagellak met glitters kwam er een vrouw naast me zitten. Ze begon een verhaal over haar beroep als lerares en dat ze morgen buitenlandse leraren tekort kwam. Ik antwoordde dat ik haar graag had geholpen maar dat mijn vlucht om 11 uur ‘s ochtends ging. Dat was niet erg, want het ging om het eerste uur, tussen 8 en 9. Als ik haar de volgende ochtend om half acht trof zou ze me ontbijt geven, meenemen naar de school en na een uurtje terugbrengen. Ik snapte niet goed waarom, en hoe en wat maar stemde in. Alles voor het avontuur. De volgende ochtend zat ze inderdaad op me te wachten met een Oostenrijks meisje. Op school aangekomen bleek dat ik er vooral voor de show was. Het schoolhoofd kwam namelijk kijken, en de andere leraren zouden pas in de loop van de ochtend arriveren. Ze had dus een blonde kop nodig om haar te overtuigen van de kwaliteit van haar lessen. Desondanks werden we wel degelijk aan het werk gezet. Het eerste uur was zingen en dansen, en we werden voor de groep giechelende twaalfjarigen gezet om het voor te doen en zingen. We werden vooral hard uitgelachen toen we een Thaise dans (iets met je handen en vingers) probeerden, maar het was erg leuk om te doen.

Ik wil ook nog graag even mijn verwondering met jullie delen over de Thaise schrijfwijze. Omdat zij hun eigen alfabet hebben gaat het natuurlijk wel eens mis met vertalen. Ik vind het dan wel knap dat er op dezelfde menukaart een Lemun Tea, Leman Ice Tea en Lamon Red Tee staat. Nog frappanter zijn de schrijffouten; Fried Fuck, French Fried en Ko Pee Pee. (Spreek die laatste maar eens hardop uit in het Engels). Ook hebben ze de neighing om de laatste letter te vergeten, deze spreken ze immers ook vaak niet uit. Zo is er dan een officiele Por of Ko Lanta en kwam ik vandaag een bloemist tegen die zichzelf Floris noemde.

Daarnaast hebben de Thai echt hele rare gewoontes, waar ik nog steeds niet aan gewend ben. Zo smakken ze, eten ze met hun mond open en slurpen ze er op los. Dat is beleefd, maar ik kan mijn walging nog steeds niet onderdrukken. Ook doen ze niet aan wcpapier, maar gebruiken ze een soort douche. De enkele keer dat je je wc-papier vergeet krijg je dus natte billen. Wat zij daar vervolgens aan doen is met nog niet duidelijk. Ook mag je je papier niet in de pot gooien, iets wat ook meer een reflex is dan je misschien nu vermoedt. Nog vervelender is het wanneer er helemaal geen wc-pot is en je het moet doen met een sqatgat. Gehurkt weet ik nooit waar ik mijn broek moet laten, hoe ik mijn balans moet houden en hoe je in vredesnaam zorgt dat je niet alles over je voeten spettert… Nog zo iets is haar. Op het lichaam van vrouwen dan te verstaan. Ik heb mijn moeder nog steeds niet vergeven dat ze me ooit vertelde als beginnende puber dat wat okselhaar niet erg was, sorry mam dat is het wel. Hier lopen ze er vrolijk mee rond, evenals baard en snorharen en een paar lange verdwaalde haren op hun anders zo gladde benen. Alhoewel je als backpacker echt niet altijd met gladde benen hoeft rond te lopen, is een scheermesje toch echt wel een must. En verder spugen ze ook op straat, met veel geluid en geweld. Ik kan nog wel even doorgaan… er is hier zoveel normaal waar wij misselijk van worden…

Na Trang vloog ik op Bangkok. Het was wederom een hel om een betaalbaar hostel te vinden, en na ruim anderhalf uur met een zware backpack rond te hebben gelopen kon ik neerploffen in een gedeelde kamer voor een tientje per nacht. Mijn kamergenoten waren twee meisjes uit New Zealand en Mongolie.

Ik besloot mijn laatste dagen te slijten met veel shoppen, vertoeven in de luxueuze shopping malls en bioscopen. Zo heb ik onder andere de film Cinderella gezien (niet aan te raden) en heb ik de illustere MBK-mall uitgespeeld. En sushi geten. En een avondjurk gekocht.

Mijn laatste avond wist ik niet goed wat te doen maar mijn roommate Kate (uit Mongolie) stelde voor om de stad in te gaan en wat te eten en een drankje te doen. Aangezien mijn uitgaansleven nogal braaf was geweest en ik geen beter plan had besloot ik in te stemmen. Kate had nog wel wat vrienden waarmee we konden afspreken en belde hen op om de locatie te bepalen. We doften ons op en ik trok mijn nieuwe rode avondjurk aan want what the hell. Nadat we in de taxi klommen en wij richting Arab street reden belden ze nogmaals om in de McDonalds af te spreken. Kate was ineens vrij pissig en had geen zin meer om af te spreken. Of eigenlijk wilde ze niet komen opdagen.

Terwijl wij op straat ronddwaalden staarde een oude man naar mij. Kate liep op hem af en zei “Help us please”. Ze legde uit dat wij zouden afspreken met wat vrienden en dat ze naar de Mac wilden en dat wij dat niet wilden. De man vroeg ons wat we wilden; eten en wat drinken. Hij wist wel een restaurant en nam ons mee naar een plek verderop in de straat. Ik sputterde nog wat tegen over het feit dat ik bijna geen geld meer had maar Kate vertelde me dat hij ging betalen. Dat was het moment waarop ik begon te snappen hoe dingen werkte in Bankgok.

Ik besloot er in mee te gaan. Omdat ik geen beter alternatief had en honger had en hij ons een goed restaurant aanbood. Omdat ik nieuwsgierig was naar zowel deze man als mijn roommate, als een soort undercover reporter. Wie gaat er nou vragen om en betalen voor het eten van twee random meisjes?

We kwamen bij een Indier waar de oude man zichzelf beter voorstelde. Hij was Ali, jaar of 60, hoge pief uit Dubai, met een CEO titel op zakenreis. Hij was getrouwd, maar was wel in voor een girlfriend. Hij begon steeds dichterbij te zitten en het was vrij obvious dat hij met een girlfriend op mij doelde. Kate wist dit en moedigde hem alleen maar aan met “take a picture of you two?”. Ik probeerde vooral het gevoel dat ik compleet verkeerd bezig was weg te drukken, evenals voorzichtig (maar toch vrij opzichtig) de handen van die man van mijn stoelleuning te duwen. We kregen alles wat ons hartje begeerde behalve alcohol. Hij was immers wel moslim.

Dit klopte echt van geen kanten. Ik ben niet het meisje dat zichzelf verkoopt, al is het maar een onschuldig gezelschap in ruil voor wat eten. De neiging om weg te lopen was sterk, maar de neiging om te blijven nog sterker. Wat zou deze vent eigenlijk voor ons over hebben? Wat wil hij van ons en hoe wil hij dat in godsnaam voor elkaar krijgen? Hij was 60, niet erg groot en ik wist zeker dat ik hem lachend omver kon duwen. En waarom wist Kate zo goed hoe dit werkte en leek zij het doodnormaal te vinden? Het leek me tijd om Thijs te vertellen waar ik mee bezig was. Hij antwoorde alleen “pas goed op jezelf” en ik wist allang dat ik dat zou doen.

Hij nam ons mee naar een club een stukje verderop waar hij een bizar hoge entreeprijs voor ons drieen betaalde. Daar kregen we toch wel cocktails, popcorn en zaten we een beetje awkward aan een statafeltje. Kate werd steeds brutaler en haalde shotjes en cocktails zonder ook maar te knipperen. Ali schoof weer eens dichterbij en legde zijn hand op mijn bovenbeen. Gelukkig had in een jurk aan op vloerlengte die, al was de stof dun, een barriere vormde tussen mijn huid en zijn harige goudgeringde hand. Ik schoof weer een stukje op, of stond op om naar de wc te gaan of verzon een ander excuus om telkens een stukje op te schuiven. Je zou kunnen zeggen dat mijn lichaamstaal hem overduidelijk maakte dat ik nee zei. Dat het niet ging gebeuren en dat ik braaf naast hem wilde zitten maar dat daar mijn grens lag.

Mannen zijn niet goed in hints oppikken, maar nog beter zijn ze in ze negeren. Alsof zijn geld de macht had om mij te laten zwichten. Alsof als hij het maar vaak genoeg probeerde ik wel zou instemmen. Wellicht dat de weerstand van een ander meisje nu zou breken, en ze de afschuw van zich zou zetten. Maar ik voelde vooral mijn eigen macht, de macht om het spel te spelen en te winnen, ik ging niet opgeven. Ik stond op en liep naar buiten om naar huis te gaan. Kate probeerde me over te halen om te blijven en Ali probeerde mij over te halen mee te gaan naar zijn hotel. Naar de lobby voor een drankje. Ik kon de rillingen niet langer onderdrukken, ik kon niet langer spelen dat ik dit normaal vond en ik ging niet mee. Ik ging alleen naar huis met een hele hoop vragen in mijn hoofd.

De volgende ochtend om 10 uur ‘s ochtends kwam Kate binnen en plofte in haar bed. Ik besloot haar aan een vragenvuur te onderwerpen, ik moest er achterkomen waarom zij dit kon. Ze bleek al drie jaar illegaal in Thailand te zijn. Ze betaalde de huur van het hostel door geld wat mannen haar gaven. Zij zei dat er geen seks aan te pas kwam, maar ik geloof haar niet. Ze was de afgelopen avond nog meegegaan met een taxichauffeur naar huis en had meer dan 50 euro gekregen van hem, zogenaamd om naar huis te kunnen komen. Voor 50 euro kom je een heel eind in Bangkok, waarschijnlijk zelfs naar Mongolie.

Ook bleek ze twee kinderen te hebben, gekregen in haar tienerjaren, die haar moeder thuis opvoedde. Ze had ze al ruim een jaar niet meer gezien. Ze kon niet naar ze toe, elke poging om nu het land te verlaten zou resulteren in een opsluiting door in immigratiedienst. Ik kon me wel voorstellen dat ze geen zin had om in een Thaise gevangenis te verdwijnen. Verder had ze actrice, comediene en zangeres op haar naam staan. Dat laatste vrij succesvol want ze was in haar tienerjaren een popster in eigen land. Ik stel een soort Robin Glitter voor me (How I met your mother), met een repertoire waar ze liever niet aan herinnert wordt en een levenstijl waar ze nog steeds aan probeert te hangen. Ook bleek ze een paar jaar in Singapore bij een vriend te hebben gewoond, idem in Bangkok en leefde ze van rijke sugerdaddy naar rijke sugardaddy.

Het kwam haar waarschijnlijk goed uit dat ze gisteravond zelf niets hoefde te doen en wel op dr wenken bediend werd. Dat zij het idee had dat ze mij kon gebruiken, en het idee had dat hij mij kon gebruiken. Maar eigenlijk gebruikte ik hen allemaal; voor een enorm goed verhaal. Ik het het gedoopt “hoe ik ongemerkt bijna een escort werd” en het doet het goed. Het heeft me ook wederom laten zien dat ik blij ben om naar Nederland te gaan.

En ik ben weer thuis en ik weet niet of zij dat ooit echt kan zeggen.