A game of foot

A game of foot

Bedankt voor alle reacties, ik voel me vereerd om zo’n trouw publiek te hebben. Speciaal voor jullie nog twee verhalen. Een nu en de laatste binnenkort. Ik heb er weer -en nu echt- een woord in verstopt. Wie hem als eerste vindt wint een vermelding in mijn volgende verhaal.

Terug van mijn motoravontuur was het tijd om opnieuw te plannen. Mijn vlucht naar Krabi vertrok 2 dagen later en dus had ik opnieuw zeeen van tijd in Chiang Mai. Ik verbleef in hetzelfde hostel, hetzelfde bed, maar deelde dit keer de kamer met drie Nederlandse tienerchicks. Toen ze mij vroegen wat mijn plannen waren antwoorde ik dat ik die avond met wat Duitse jongens had afgesproken. Immers, ik had mijn reputatie goed te maken vond ik. Stom antwoord, want toen vertrokken ze natuurlijk zonder mij mee te vragen eten. Gelukkig kon ik dat ook best alleen. Ik bestelde een Panang curry, (een rode curry met pinda’s erdoor om hem milder te maken) niet spicy versie. Dat lukte natuurlijk niet, en ik eindigde met een bord vol pepers. Was wel lekker. Die drie happen dan.

Na het eten ben ik wat gaan drinken met mijn Duitse redders. Ik had wat goed te maken, na mijn misselijke vertoning vorige keer en had hen uitgenodigd voor een biertje. Het bleken ook engineers te zijn en ik kon met hen praten over geheime radioactieve projecten en toekomstplannen. Helaas zaten er ook een aantal muggen aan tafel. Of misschien eentje, maar die heeft me dan (exact) 30 keer gestoken. Bij de hostelpoort kwam ik twee van de drie Nederlandse meisjes tegen. Volgens henzelf waren ze aangeschoten, maar ze konden geen zin meer volledig uitspreken zonder in de war te raken. Dat was waarschijnlijk ook de hoofdreden dat ze zo in de war waren. Ze hadden namelijk de pot, met veel geld want ze wilden hard zuipen, aan nummer drie gegeven en die was hem en zichzelf kwijt geraakt. Het was een nachtelijk dillema tussen het meisje gaan zoeken en haar laten zitten en opnieuw zelf gaan partyen, en dit wilden ze graag met mij delen. Ik werd zelfs meegesleept naar de kroeg, wat ik eigenlijk niet echt wilde weigeren omdat ik niet liever niet meer alleen liet gaan. Ondertussen drukten ze me op het hart dat ze echt uit een goede buurt kwamen uit Den Haag en dat ze volgend jaar ook in Utrecht gingen studeren. Maar dat ze nu echt moesten gaan en dat nummer drie inmiddels waarschijnlijk ergens bij iemand in bed lag. Want de nacht ervoor had ze ook met iemand een hotelkamer genomen. Ik kreeg alle dronken-tiener-intriges over mee heen en dacht met weemoed, nee eigenlijk meer schaamte, terug aan mijn eigen tienerjaren. Eind goed al goed, meisje terug, geld terug en ook zij schaamden zich de dag erna. Klinkt best bekend dit verhaal…

De straat waar de meisjes heen waren gegaan was ik ook een aantal keer doorheen gelopen. Er lagen diverse kroegen aan met voor de deur schaarsgeklede dames/ ladyboys. Het niet aantrekkelijke en ordinaire type wat naar je roept als je langsloopt of volgeplamuurd op haar smartphone zit te tikken met haar nepnagels. En biertjes voor absurde, maar voor westerlingen nog steeds betaalbare, prijzen. En buckets. Vaak zit er dan een grijze man aan de bar met een paar meisjes om hem heen, en dat is dan bij daglicht. Ik weet niet zo goed waarom iemand zich daar ‘s nachts zou durven te wagen, maar blijkbaar was het toch happening. Verder in de straat zat ook een vechtarena voor Muay Thai boxen en mijn tweede tailor. Ik ben een beetje verliefd geworden op een mooie linnen stof en heb nog een pak laten maken. Dit keer heb ik iets minder geluisterd naar de tailor en mijn eigen design laten maken. Dat hij het daar af en toe niet mee eens wat liet hij dan merken. Bijvoorbeeld een skinny model broek tot op de enkels, tegenwoordig heel hip, zag hij niet zo zitten. En dat lag aan mijn feet. Eigenlijk bedoelde hij mijn legs. En dat ze daar te dik voor waren. Vond ik niet. Deze omvangsdiscriminatie hebben de Thai sowieso wel een handje van. Zo mocht ik in een winkel een jurk niet passen omdat ze bang was dat ik hem kapot zou maken. Nou zijn de Thai natuurlijk best klein en ik uh, niet, maar ik kan best inschatten of ik iets ga passen, niet ga passen, of eruit zal scheuren. Helaas kon ik haar niet ongelijk bewijzen…

Zo heb ik mijzelf in Chiang Mai vermaakt met vaak passen, rondslenteren door de stad en nogmaals een kort bezoekje aan een zwembad. Nadat ik last minute nog de excessieve schoudervulling, vinden de Thai mooi, heb laten verwijderen uit mijn jasje stapte ik het vliegtuig in. Helaas had ik ditmaal geen vriendelijke japanner naast me maar een Nieuw-Zeelander. Beetje vreemde vogel. Bij het landen zijn we nog dezelfde bus ingestapt maar helaas had hij een andere bestemming en werd ik in mijn eentje rond 8 uur uit de bus gezet in hartje Krabi Town. Mijn bagage had zich inmiddels ook op wonderbaarlijke wijze verdubbeld tot een 17 kilo, en die droeg ik rond op zoek naar een hostel. In Krabi Town koelt het ‘s avonds af tot 30 graden en liggen de wegen op heuvels. Bovendien zat alles vol. Na een rondje van een uur kwam ik eindelijk iets tegen wat nog een plekje voor me had. Een eenpersoonskamer, of noem het een eenpersoonsbed jaguar, want dat was alles wat het was. Een deur, een bed en een ventillator. Gelukkig betaalde ik dan ook niks en kon ik wel ongegeneerd al mijn spullen op de grond gooien.
Ik had van te voren al gelezen dat een four island tour the thing to do is in Krabi. Je stapt dan op een longtail boot met zo’n 20 anderen en vaart naar vier eilanden om te gaan snorkelen en zwemmen. Het was geweldig. Stranden die ze zo uit de brochures hadden geknipt, vissen om je heen zwemmen als bij centre parcs en dit alles deelde je maar met 1000 anderen tegelijk. Desondanks was het echt prachtig, een tropisch vakantiegevoel overkwam me, en dit deelde ik met twee meisjes die net als ik net waren aangekomen in Zuid Thailand. Een Canadese forestfighter en een Zuid-Koreaanse die vanaf Iran kwam gereisd. Beiden heel stoer dus, al bleek de Koreaanse niet te kunnen zwemmen. En dat was best onhandig toen we naar een ander eiland waren gewaad en het tij opkwam. Met de tassen boven het hoofd hebben we het toch overleefd. En we hebben haar geprobeerd te leren zwemmen, wat er nogal aandoenlijk uitzag en niet heel goed lukte.

‘s Avonds sprak ik met hen af en zo kwam het dat we bier gingen drinken in een hostel rooftopbar. Daar troffen we een paar anderen die reuzejenga aan het spelen waren. We besloten het over te nemen en twee Nederlandse jongens sloten zich aan. Na een half uur vroegen ze mij waar ik vandaan kwam en ze waren nogal verbaasd toen dat Nederland bleek te zijn. Zelfs een steenworp afstand van hun dorp Halle. Blijkbaar is mijn Engels toch nog best goed, of misschien was het het bier wat het beter liet klinken… Al snel werd gewoon Jenga saai en gingen we over op een moeilijkere variant, het illustere foot-jenga. Regels, je mag de stenen er alleen met de voeten uithalen. Met een toren van een meter, die langzaam groeide, was dat best een uitdaging. Monkeyfeet werden al snel populair; een pose waarbij je op je rug ligt en de steen tussen je twee voeten klemt. Dit was echter niet weggelegd voor onze nieuwe medespelers; een paar dikke dronken britten, die erg veel moeite hadden om uberhaupt hun been op deze hoogte te krijgen. Al snel hadden we de heel rooftopbar om ons heen verzameld en we zijn op ons hoogtepunt gestopt, de stapel die op de britse neerstortte.

De dag erna huurden de Canadese en ik een scooter om de buurt te verkennen. Onze eerste bestemming was een Tiger Cave/tempel. Overigens zonder tiger. En de tempel was nog in aanbouw. We konden zelfs een amulet kopen en geld doneren voor de opbouw. Omdat dit slechts 3 euro kostte en ik wel zo’n amulet (met daarop een wisdom buddha voor Floris) wilde hebben deden we dit. Ik was dan ook erg teleurgesteld toen ik mijn zelfgemaakte buddhaamulet vervolgens moest offeren en hem zag verdwijnen in de muur van de tempel. Naast een offerritueel, wat vakkundig werd vastgelegd door een Thai met mijn camera, had de tempel nog twee hoogtepunten te bieden. Allereerst waren er aapjes. Brutale apen dit je eten stalen, maar daardoor het ook uit je hand kwamen eten als je het aanbood. Een monnik gaf ons wat fruit en we hebben we wat ‘feed the monkey’ shots kunnen maken. Staat weer goed op Facebook. Daarnaast was er een tempel boven op de berg. Je kon er komen door 1236 traptredes te beklimmen. Ik wil jullie er nogmaals aan herrinneren dat het ruim 37 graden was. De toch was best slopen, maar het uitzicht vervolgens prachtig. Jammer dat het het droge seizoen was en er veel stof in de lucht hing, maar je kon tot de zee uitkijken en over de kliffen die Krabi rijk was. Een klim die het waard was, en bovendien mijn enige sportieve activiteit in weken.

Vanaf Krabi heb ik de boot gepakt naar Ko Lanta, langzaam richting mijn vlucht vanuit Trang naar Bangkok, waar ik inmiddels ben. Daar in mijn laatste verhaal meer over. Ik ga morgen naar huis vliegen. Het is mooi geweest, op twee manieren. Het is echt een mooie ervaring geweest en het is ook tijd om naar huis te gaan. Al kan ik niet zeggen dat ik echt heimwee heb, het lijkt me heerlijk om weer in de koele frisse lucht rond te fietsen, brood met kaas te eten en een plek te hebben waar ik niet elke dag mijn tas hoef in en uit te pakken. Al zal dat laatste nog wel even duren, want tot we op 1 april ons eigen appartement kunnen betreden ga ik nog even bij Thijs logeren. Ik zie er naar uit om naar huis gaan. Tot snel.
Liefs

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *