Cruel history lessons

Cruel history lessons

Goedenavond,

Vanuit Hue schrijf ik dit verhaal, waarvoor ik wederom diep in mijn geheugen moet graven. Het lijkt alsof we alweer tijden weg zijn, terwijl het toch slechts twee weken is. Dit verhaal gaat over Phnom Pehn en Saigon. Ditmaal vanuit de lobby, met een autocorrect naar Engels, dus waarschijnlijk wederom lasting leesbaar 🙂

Vanuit Siem Reap naar Phnom Pehn lijkt best makkelijk, op de kaart is de afstand namelijk helemaal niet zo ver. De weg ertussen is echter hel. Stukken overhard, gaten, wegversprerringen en je deelt de weg met koeien, geiten en oude omatjes op de fiets. Mind you, dit is de doorgaande weg tussen de twee grootste steden van het land. We hebben de bus gekozen met de hoogste aanbeveling op gebied van veiligheid, waar zowaar gordels in zaten en die niet harder reed dan 60km/h. De rit over 340km duurde zo’n 8 uur, met de verplichte stops bij dure souvenirwinkeltjes en bij een restaurant, die het voor elkaar kreeg kip te serveren als vis. Misschien dat het daar is misgegaan, want sindsdien zijn Marielle en ik een beetje ziek, de bekende reizigerskwaaltjes.

Het eerste wat je opvalt in Phnom Pehn zijn de vele alleenreizende oudere mannen. Niks mis mee natuurlijk, tot je bedenkt dat Cambodja bekend staat om haar (kinder)prostitutie. Soms worden de mannen ook vergezeld door een jong (maarja ze lijken hier allemaal jong) ding aan zijn hand. Er is zelfs een complete wijk in het noorden aan gewijd. In een arm land als Cambodja blijft geld een belangrijke drijfveer. Omwille van verschikkelijke leningen verkopen ouders hier hun eigen kinderen. Het schijnt dat je hier de maagdelijkheid van een meisje kan kopen voor 500 dollar. Daarna worden ze steeds minder waard, en kunnen ze ook geen respectable huwelijk meer sluiten waardoor de cirkel rond is. Gelukkig zijn er ook tegenbewegingen, vooral opvanghuizen door buitenlanders en aanpak van deze kerels. Wij konden in ieder geval niet anders dan elke alleenstaande oudere blanke man met argwaan bekijken…

De geschiedenis van Cambodja is er een die wellicht jouw lessen niet gehaald heft, maar er zeker een is om nooit te vergeten. In de jaren 70 heeft zich hier een absolute ramp afgespeeld, georganiseerd door de communistische gek Pol Pot. Zijn droom kende een arbeiderssamenleving waar landarbeid centraal stond, geschiedenis en cultuur verboden waren en steden werden uitgedreven. Geen leraar, buitenlander, student of person die een tweede taal sprak was zijn leven zeker. Letterlijk, want in drie jaar tijd is een kwart van de bevolking uitgemoord. Door hongersnood, dwangarbeid op het land en verschrikkelijke martelplekken en doodsvelden, genaamd de killing fields. Een van deze killing fields lag onder de rook van de stad en was te bezichtigen. Het is onvoorstelbaar wat er daar is gebeurd, onder luide muziek werden er daar systematisch mensen vermoord en gedumpt. Pol Pot had vele gruwelijke motto’s die hier zijn weerslag vonden. “Beter een paar onschuldigen dood dan een verrader laten ontsnappen.” “Het onkruid moet met wortel en al worden uitgeroeid.” Dit laatste hield in dat complete families werden vermoord, baby’s, kinderen, ouderen, niemand werd gespaard, ze zouden namelijk wel eens wraak kunnen nemen. Een indrukwekkende audiotour speelde verhalen en muziek af terwijl je rondliep over deze plekken.

Een stapje terug in de keten van vernietiging lag de S-21 gevangenis. Van de duizenden mensen die hier opgesloten zijn geweest hebben het er slechts 7 overleefd. Een meneer zit er nog elke dag om de mensen te vertellen over de wandaden die hem en zijn volk zijn aangedaan. De bevrijding kwam kwam van de Vietnamezen. Zij ontzetten het land en installeerden een nieuwe communistische regering, terwijl bij ons de Vietnam oorlog nog vers was. Mede hierdoor is Cambodja lang genegeerd door de international gemeenschap. Het regime van Pol Pot heeft zelfs nog twaalf jaar na dato in de VN gezeten en de meneer zelf heeft nog jaren in vrijheid verder kunnen leven. Ik hoop dat dit een verhaal is wat jullie doet nadenken over wat er op dit moment in de wereld gebeurd. Omdat iets ver en onbekend is hoeft het niet te worden overgeslagen. Lees eens iets vaker wel de berichten over IS of Boko Haram, of verdiep je in Noord Korea. Het gebeurd nog steeds, en het gaat om mensen.

Naast deze zware momenten, gingen onze dagelijkse reizigersbeslommeringen ook weer door. Phnom Pehn ligt aan een grote rivier en we hadden dit keer voor een guesthouse gekozen. Dit hield in dat we bij een familie zouden verblijven. Misschien dat ze de vrouwen hadden verstopt, maar we zagen alleen maar mannetjes zitten, die de hele dag een beetje rondhingen bij de ingang. Blijkbaar was er iets mis gegaan met onze boeking, want we warden tijdelijk ondergebracht in de family room. Een grote kamer met drie dubbele bedden vlak boven de ingang. Afgezien van wat lawaai was dat best prima vertoeven. De dag erna werden we echter verplaatst naar een kamer op de derde verdieping, zonder airco, zonder ramen. Erg muf en vochtig, maar in de boeking die we hadden gedaan werd er airco beloofd. Na wat vechten over de vijf dollar extra die ze eisten hebben we, uiteraard, toch onze zin gekregen. Het had geloof ik nog veel erger gekund. Iemand in de familie sliep onder het trapgat achter een doek en tralies, een sort Harry Potter-kamer dus.

Vanuit Phnom Pehn hebben we een bus geboekt naar Saigon, a.k.a. Ho Chi Mihn City. Met een busrit van 6 uur zijn de de grens gepasseerd en arriveerden we in het hart van Zuid Vietnam. De stad is gekenmerkt door zijn belachelijke hoeveelheden motorbikes en verschrikkelijke verkeer. Voetgangers hebben hier nooit voorrang, een stoplicht heeft weinig waarde en oversteken is levensgevaarlijk. Je moet namelijk gewoon gaan, en iedereen een beetje om je heen laten razen. In een taxi of of op een fiets is het niet beter. Wanneer je af wilt slaan duw je jezelf naar een kant van de weg toe en als je een kruispunt nadert toeter je zo hard mogelijk zodat anderen, hopelijk, remmen. Het recht van de sterkste wint, dus hoe groter hoe meer je je eigen weg mag bepalen. Ambulances komen er hierdoor ook niet best vanaf, de zwaailichten worden gewoon genegeerd.

We hadden al meerdere malen gehoord dat de bezienswaardigheden in de stad beperkt waren, daarom zijn we direct op zoek gegaan naar tours buiten de stad. Dit betekend met 30 man in een minibusje, stoppen bij twintig locale schilderaterliers en schaapachtig luisteren naar een gids die de r niet kan uitspreken. Ohja, en er zaten Chinezen bij ons in de tour. Vaak fijne mensen, maar deze waren om af te schieten. Geen woord engels, een chagerijnig gezicht en hele nare gewoontes. Bij een bezoek aan de krokodillenfarm bijvoorbeeld, kwam hun ware aard naar boven. Je kon hier een homp vlees aan een bamboestok kopen, er daarmee hengelen naar wat actie van de krokodillen. Nu hadden wij waarschijnlijk de meest verwende krokodillen ooit, want ze verzetten geen stap om op hun hapje te jagen. De oplossing van de Chinezen was als volgt. Men neme de hengel, zwaait deze over de kop van de krokodil heen en slaat hem ermee. Wanneer er nog geen reactie volgt positioneert men de homp vlees zo dat hij de krokodil in de ogen prikt. Elke keer wanneer hij probeert te happen trek je het vlees weg. Ondertussen lach je je kapot en maak je fotos, van onder je zonnehoedje. Voor mij geen groepstours meer de rest van de reis. De meest idiote mensen doen mee, het tempo is altijd te snel of te langzaam en je betaalt veel te veel. Ook als je zelf rondloopt blokkeren ze altijd de boel en loopt er iemand gebrekkig in een andere taal door de serene setting heen te schreeuwen. Ik haat tours. Wel de Mekong Delta en de Cu Chi Vietcong tunnels gezien trouwens.

Ook in Vietnam is duidelijk gezien dat het land niet ongeschonden is. In zowel de tunnels, als ook het War Remembrance museum wordt de geschiedenis erg beeldend verteld. Vanaf de kant van de Noord-Vietnamezen dan. De Amerikanen worden stelselmatig als vijanden aangeduidt en de Vietcong als helden. De geschiedenis wordt hier verteld door de overwinnaars en maakt duidelijk dat de Amerikanen hier grote schade hebben aangericht. De Vietnam oorlog liet sporen achter, enorm veel slachtoffers, verwoeste gebieden en in de vorm van misvormde mensen door chemische aanvallen. Je ziet ze in grote getalen bedelend op straat, en nog steeds worden er kinderen met afwijkingen geboren, hun (groot)moeders aangetast door Agent Orange. In Amerika worden diezelfde mannen als helden onthaald, war veterans die hebben geholpen te strijden tegen de rode duivel en de onderdrukking van de locale bevolking. De waarheid ligt wellicht in het midden, maar beide kampen hebben enorm veel verloren. Wel opmerkelijk is de vergevingsgezindheid van deVietnamezen, Amerikanen zijn hier gewoon erg welkom.

In Vietnam is het binnenkort feest, op 19 januari is Tet, de jaarwisseling volgens de maankalender. Hierdoor is er een ware exodus van Vietnamezen naar het Noorden, naar hun geboortesteden/dorpen. De steden zijn mooi versierd en iedereen maakt extra goede deals, brengt blijkbaar geluk, maar helaas voor ons zit ook al het vervoer volgeboekt. Geen mooie treinrit voor ons dus, en zelfs de bussen zijn vol. De weg naar het noorden hebben we dus vervolgd via een binnenlandse vlucht van Saigon naar Da Nang. De oude havenstad Hoi An ligt vanaf hier op een steenworp afstand, en hier vervolgt ons verhaal de volgende keer…. Morgen een extra stukje geschreven door Marielle en daarna wederom een inhaalslag over Hoi An, de Cham islands (is echt een goed verhaal, kan ik je nu al vertellen) en Hue. We gaan weer de bus in, dus dat geeft genoeg schrijftijd.

Liefs!

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *