Tag: chiang mai

A game of foot

A game of foot

Bedankt voor alle reacties, ik voel me vereerd om zo’n trouw publiek te hebben. Speciaal voor jullie nog twee verhalen. Een nu en de laatste binnenkort. Ik heb er weer -en nu echt- een woord in verstopt. Wie hem als eerste vindt wint een vermelding in mijn volgende verhaal.

Terug van mijn motoravontuur was het tijd om opnieuw te plannen. Mijn vlucht naar Krabi vertrok 2 dagen later en dus had ik opnieuw zeeen van tijd in Chiang Mai. Ik verbleef in hetzelfde hostel, hetzelfde bed, maar deelde dit keer de kamer met drie Nederlandse tienerchicks. Toen ze mij vroegen wat mijn plannen waren antwoorde ik dat ik die avond met wat Duitse jongens had afgesproken. Immers, ik had mijn reputatie goed te maken vond ik. Stom antwoord, want toen vertrokken ze natuurlijk zonder mij mee te vragen eten. Gelukkig kon ik dat ook best alleen. Ik bestelde een Panang curry, (een rode curry met pinda’s erdoor om hem milder te maken) niet spicy versie. Dat lukte natuurlijk niet, en ik eindigde met een bord vol pepers. Was wel lekker. Die drie happen dan.

Na het eten ben ik wat gaan drinken met mijn Duitse redders. Ik had wat goed te maken, na mijn misselijke vertoning vorige keer en had hen uitgenodigd voor een biertje. Het bleken ook engineers te zijn en ik kon met hen praten over geheime radioactieve projecten en toekomstplannen. Helaas zaten er ook een aantal muggen aan tafel. Of misschien eentje, maar die heeft me dan (exact) 30 keer gestoken. Bij de hostelpoort kwam ik twee van de drie Nederlandse meisjes tegen. Volgens henzelf waren ze aangeschoten, maar ze konden geen zin meer volledig uitspreken zonder in de war te raken. Dat was waarschijnlijk ook de hoofdreden dat ze zo in de war waren. Ze hadden namelijk de pot, met veel geld want ze wilden hard zuipen, aan nummer drie gegeven en die was hem en zichzelf kwijt geraakt. Het was een nachtelijk dillema tussen het meisje gaan zoeken en haar laten zitten en opnieuw zelf gaan partyen, en dit wilden ze graag met mij delen. Ik werd zelfs meegesleept naar de kroeg, wat ik eigenlijk niet echt wilde weigeren omdat ik niet liever niet meer alleen liet gaan. Ondertussen drukten ze me op het hart dat ze echt uit een goede buurt kwamen uit Den Haag en dat ze volgend jaar ook in Utrecht gingen studeren. Maar dat ze nu echt moesten gaan en dat nummer drie inmiddels waarschijnlijk ergens bij iemand in bed lag. Want de nacht ervoor had ze ook met iemand een hotelkamer genomen. Ik kreeg alle dronken-tiener-intriges over mee heen en dacht met weemoed, nee eigenlijk meer schaamte, terug aan mijn eigen tienerjaren. Eind goed al goed, meisje terug, geld terug en ook zij schaamden zich de dag erna. Klinkt best bekend dit verhaal…

De straat waar de meisjes heen waren gegaan was ik ook een aantal keer doorheen gelopen. Er lagen diverse kroegen aan met voor de deur schaarsgeklede dames/ ladyboys. Het niet aantrekkelijke en ordinaire type wat naar je roept als je langsloopt of volgeplamuurd op haar smartphone zit te tikken met haar nepnagels. En biertjes voor absurde, maar voor westerlingen nog steeds betaalbare, prijzen. En buckets. Vaak zit er dan een grijze man aan de bar met een paar meisjes om hem heen, en dat is dan bij daglicht. Ik weet niet zo goed waarom iemand zich daar ‘s nachts zou durven te wagen, maar blijkbaar was het toch happening. Verder in de straat zat ook een vechtarena voor Muay Thai boxen en mijn tweede tailor. Ik ben een beetje verliefd geworden op een mooie linnen stof en heb nog een pak laten maken. Dit keer heb ik iets minder geluisterd naar de tailor en mijn eigen design laten maken. Dat hij het daar af en toe niet mee eens wat liet hij dan merken. Bijvoorbeeld een skinny model broek tot op de enkels, tegenwoordig heel hip, zag hij niet zo zitten. En dat lag aan mijn feet. Eigenlijk bedoelde hij mijn legs. En dat ze daar te dik voor waren. Vond ik niet. Deze omvangsdiscriminatie hebben de Thai sowieso wel een handje van. Zo mocht ik in een winkel een jurk niet passen omdat ze bang was dat ik hem kapot zou maken. Nou zijn de Thai natuurlijk best klein en ik uh, niet, maar ik kan best inschatten of ik iets ga passen, niet ga passen, of eruit zal scheuren. Helaas kon ik haar niet ongelijk bewijzen…

Zo heb ik mijzelf in Chiang Mai vermaakt met vaak passen, rondslenteren door de stad en nogmaals een kort bezoekje aan een zwembad. Nadat ik last minute nog de excessieve schoudervulling, vinden de Thai mooi, heb laten verwijderen uit mijn jasje stapte ik het vliegtuig in. Helaas had ik ditmaal geen vriendelijke japanner naast me maar een Nieuw-Zeelander. Beetje vreemde vogel. Bij het landen zijn we nog dezelfde bus ingestapt maar helaas had hij een andere bestemming en werd ik in mijn eentje rond 8 uur uit de bus gezet in hartje Krabi Town. Mijn bagage had zich inmiddels ook op wonderbaarlijke wijze verdubbeld tot een 17 kilo, en die droeg ik rond op zoek naar een hostel. In Krabi Town koelt het ‘s avonds af tot 30 graden en liggen de wegen op heuvels. Bovendien zat alles vol. Na een rondje van een uur kwam ik eindelijk iets tegen wat nog een plekje voor me had. Een eenpersoonskamer, of noem het een eenpersoonsbed jaguar, want dat was alles wat het was. Een deur, een bed en een ventillator. Gelukkig betaalde ik dan ook niks en kon ik wel ongegeneerd al mijn spullen op de grond gooien.
Ik had van te voren al gelezen dat een four island tour the thing to do is in Krabi. Je stapt dan op een longtail boot met zo’n 20 anderen en vaart naar vier eilanden om te gaan snorkelen en zwemmen. Het was geweldig. Stranden die ze zo uit de brochures hadden geknipt, vissen om je heen zwemmen als bij centre parcs en dit alles deelde je maar met 1000 anderen tegelijk. Desondanks was het echt prachtig, een tropisch vakantiegevoel overkwam me, en dit deelde ik met twee meisjes die net als ik net waren aangekomen in Zuid Thailand. Een Canadese forestfighter en een Zuid-Koreaanse die vanaf Iran kwam gereisd. Beiden heel stoer dus, al bleek de Koreaanse niet te kunnen zwemmen. En dat was best onhandig toen we naar een ander eiland waren gewaad en het tij opkwam. Met de tassen boven het hoofd hebben we het toch overleefd. En we hebben haar geprobeerd te leren zwemmen, wat er nogal aandoenlijk uitzag en niet heel goed lukte.

‘s Avonds sprak ik met hen af en zo kwam het dat we bier gingen drinken in een hostel rooftopbar. Daar troffen we een paar anderen die reuzejenga aan het spelen waren. We besloten het over te nemen en twee Nederlandse jongens sloten zich aan. Na een half uur vroegen ze mij waar ik vandaan kwam en ze waren nogal verbaasd toen dat Nederland bleek te zijn. Zelfs een steenworp afstand van hun dorp Halle. Blijkbaar is mijn Engels toch nog best goed, of misschien was het het bier wat het beter liet klinken… Al snel werd gewoon Jenga saai en gingen we over op een moeilijkere variant, het illustere foot-jenga. Regels, je mag de stenen er alleen met de voeten uithalen. Met een toren van een meter, die langzaam groeide, was dat best een uitdaging. Monkeyfeet werden al snel populair; een pose waarbij je op je rug ligt en de steen tussen je twee voeten klemt. Dit was echter niet weggelegd voor onze nieuwe medespelers; een paar dikke dronken britten, die erg veel moeite hadden om uberhaupt hun been op deze hoogte te krijgen. Al snel hadden we de heel rooftopbar om ons heen verzameld en we zijn op ons hoogtepunt gestopt, de stapel die op de britse neerstortte.

De dag erna huurden de Canadese en ik een scooter om de buurt te verkennen. Onze eerste bestemming was een Tiger Cave/tempel. Overigens zonder tiger. En de tempel was nog in aanbouw. We konden zelfs een amulet kopen en geld doneren voor de opbouw. Omdat dit slechts 3 euro kostte en ik wel zo’n amulet (met daarop een wisdom buddha voor Floris) wilde hebben deden we dit. Ik was dan ook erg teleurgesteld toen ik mijn zelfgemaakte buddhaamulet vervolgens moest offeren en hem zag verdwijnen in de muur van de tempel. Naast een offerritueel, wat vakkundig werd vastgelegd door een Thai met mijn camera, had de tempel nog twee hoogtepunten te bieden. Allereerst waren er aapjes. Brutale apen dit je eten stalen, maar daardoor het ook uit je hand kwamen eten als je het aanbood. Een monnik gaf ons wat fruit en we hebben we wat ‘feed the monkey’ shots kunnen maken. Staat weer goed op Facebook. Daarnaast was er een tempel boven op de berg. Je kon er komen door 1236 traptredes te beklimmen. Ik wil jullie er nogmaals aan herrinneren dat het ruim 37 graden was. De toch was best slopen, maar het uitzicht vervolgens prachtig. Jammer dat het het droge seizoen was en er veel stof in de lucht hing, maar je kon tot de zee uitkijken en over de kliffen die Krabi rijk was. Een klim die het waard was, en bovendien mijn enige sportieve activiteit in weken.

Vanaf Krabi heb ik de boot gepakt naar Ko Lanta, langzaam richting mijn vlucht vanuit Trang naar Bangkok, waar ik inmiddels ben. Daar in mijn laatste verhaal meer over. Ik ga morgen naar huis vliegen. Het is mooi geweest, op twee manieren. Het is echt een mooie ervaring geweest en het is ook tijd om naar huis te gaan. Al kan ik niet zeggen dat ik echt heimwee heb, het lijkt me heerlijk om weer in de koele frisse lucht rond te fietsen, brood met kaas te eten en een plek te hebben waar ik niet elke dag mijn tas hoef in en uit te pakken. Al zal dat laatste nog wel even duren, want tot we op 1 april ons eigen appartement kunnen betreden ga ik nog even bij Thijs logeren. Ik zie er naar uit om naar huis gaan. Tot snel.
Liefs

I’m cool

I’m cool

Goedemorgen trouwe lezer(s). Allereerst ben ik benieuwd wie het verhaal nog volgt, gezien de reacties alleen mijn vader. Helemaal niet erg, dat is altijd al mijn grootste fan geweest geloof ik. Bovendien schrijf ik de verhalen vooral ook voor mezelf, om eens goed stil te staan bij wat ik meemaak, en dit thuis weer aan de foto’s te kunnen koppelen, en voor al mijn kinderen en kleinkinderen later. (Wanneer Thailand is veranderd in een soort Amerika en ze niet kunnen voorstellen dat ze ooit Thais praatten en Thais aten, dan heb ik de verhalen nog.) Voor wie nog steeds dapper doorleest; ik vind het zeker leuk om jullie reacties te lezen, onder het verhaaltje, via Facebook of whatsapp dus schroom niet je (flauwe) opmerkingen achter te laten. In Delft verstopten we altijd een willekeurig woord in de notulen om te checken of iedereen ze gelezen had. Wie ‘m weet te vinden krijgt dus bonuspunten 😉

Afgelopen week was een groot avontuur. Het heeft me even gekost om de stap te durven zetten om echt mijn eigen plan te trekken, maar dat was absoluut het waard. Ik heb, alleen, een scooter gehuurd en ben rond gaan rijden door noord Thailand. Alhoewel een scooter, 125cc en 100km/hr mag je dit in Nederland geen scooter noemen. In Thailand mag echter alles, dus kon ik zonder motorrijbewijs vrolijk wegrijden. Ik heb eerder dagenlang op deze dingen gereden in Portugal, Griekenland en India en beschouw mezelf niet meer als een beginner, maar heel veel ervaring had ik ook niet. Voor het eerste stuk heb ik daarom Laura gevraagd achterop mee te rijden. Voor mij iets meer veiligheid om iemand bij me te hebben en voor haar een goedkoper en mooier ritje vergeleken bij de bus.

Samen gingen we op weg naar Pai, ongeveer 1300 bochten, bergen over, watervallen langs en 130km lang. Na vier kilometer werden we al aangehouden door de politie tijdens een wegcontrole. Ik had mijn geld al in de aanslag, maar na het laten zien van mijn Nederlandse rijbewijs mochten we gewoon doorrijden. De rit was prachtig, een afwisselend berglandschap, met uitzichten over droge valleien, weelderige bossen en rijstvelden. Het rijden ging ons beiden goed af, zitten iets minder. Met ondertussen een verfrissende duik in de waterval kwamen we na 6 uur aan het plaatsje Pai. Pai is een vreemd dorp. Ooit onaagetast, maar nu een soort hippiedorp vol cafetjes, restaurants en bamboehuttenhotels.

Onze drie andere vrienden zouden later arriveren per bus en hadden iets minder geluk. Misselijk, ijskoud en 5 uur in een krappe stoel zitten maakte de rit toch minder leuk. Ik reed op goed geluk naar het busstation en de timing was miraculeus, ze stapten net uit. We besloten een hostel te nemen met losse kamers, officieeel omdat een familiekamer lastig was als mensen eerder weggingen, maar eigenlijk vooral omdat Laura en Leo bij elkaar wilden slapen. Dat bleek ook toen niet Leo, maar ik alleen op een kamer eindigde. Maar ook weer niet lang. Op straat werden we aangesproken door een roodharige engelsman (denk prins Harry, maar dan (nog) lelijker) die we op de een of andere manier overal tegen kwamen. Martina en Soshi waren er van overtuigd dat hij ons stalkte maar ik wilde hem wel het voordeel van de twijfel geven. Hij vroeg of wij nog een plekje voor hem wisten en ik bood hem het andere bed aan in mijn kamer, dat scheelde weer geld. Hij verzekerde me dat mijn spullen veilig waren bij hem. Hij was niet zozeer een stalker maar bleek vooral onschuldig sociaal onhandig en I’m still alive.

En juist toen ik mijn eerste stuk goed had overleefd kwamen er minder leuke berichten binnen van thuis. Allereest las ik dat een oud-klasgenoot van de middelbare was omgekomen door een ongeluk, en verder was ook Lisette aangereden door een auto. Ook hier om me heen liepen overal mensen met verband rond hun schenen en enkels na valpartijen en botsingen. Vaak bleken ze dan toch een stomme inhaalactie te hebben gedaan, of waren ze dronken. Mogelijk ben ik een erg goede chauffeur, of heb ik een goed karma, maar mij is helemaal niets overkomen. Op een keer na dat ik stilstond om een foto te maken en mijn motor/scooter heel onhandig omviel en al mijn spullen in berm lagen.

In Pai kan je rondlopen over de enige straat, je vermaken bij een heuse circusschool of drinken. Of je kunt de stad uit. In al mijn tijd in het buitenland had ik nog geen trekking gedaan en Pai leek hiervoor de uitgelezen plek. Op mijn eerste avond sprak ik Pri Char (preacher mocht ik zeggen) die me vol enthousiasme vertelde over een tour die hij morgen ging lopen met vier andere touristen. We gingen lopen over paden waar nooit iemand kwam, midden in de jungle en naar het dorp van zijn familie. Hij was zo schattig oprecht dat ik geen nee kon zeggen en zo kwam het dat ik de volgende ochtend om 9;00 me melde voor twee dagen wandelen. Wie had dat ooit gedacht.

De andere touristen waren twee Britse meisjes van 18 en twee Franse jongens van 27. De eersten giegelden en praatten aan een stuk door, vooral over niks. De tweeden waren wat stiller, vooral omdat hun Engels niet heel goed was. Preachers broer voegde zich bij ons als gids en drager en het eerste uur lopen was afzien. Echt hard afzien; een steile helling op, zonder schaduw, in een hoog tempo, met ruim 35 graden. Ik had best willen omkeren. Gelukkig was preacher zelf ook compleet uitgeput en bezweet en vond hij het prima om om de vier meter een waterpauze te nemen. Bovenaan de berg werd alles beter, ik kreeg een bamboestick om mee te lopen (een soort Nordic walking, maar dan cooler, denk ik) en we gingen downhill. Het bos veranderde en we kwamen in een bamboewoud terecht. Hier gingen we lunch klaarmaken wat op wonderlijke wijze gebeurde. Er werden skewers gemaakt van bamboehout, vuur gemaakt van bamboehout en rijst gestoomd in bamboehout. Ohja en we kregen thee in uit een bamboeketel. Allemaal ter plekke gekapt en gesneden met een machete. Het eten was heerlijk, al vonden de vliegen dat ook. Na de lunch liepen we door naar het dorp van Preacher, een dorp van de Karen stam. We sliepen bij zijn moeder in het huis. Dat was een hut op palen, met een bamboematten vloer, met daarop enkele dekens als bedden. We vulden de avond rond een kampvuur met drankspelletjes (die stille fransen hadden toch een hoop verhalen) en kaarten met lokale whiskey. Het was volle maan, in Thailand bekend om zijn full moon parties, maar dit was denk ik de leukste party die ik ergens had kunnen vinden.

De dag erna hesen we ons weer in onze sportieve outfits en gingen vroeger op pad, om zo de hitte voor te zijn. De Thai brachten ons naar een waterval waar we konden zwemmen. Op het eerste gezicht erg iddylisch maar stikte daar van de insecten en de klitplanten. Je weet wel van die planten die zich vastklitten aan je ondergoed wat in het gras ligt en je daarna weer aan moet? Overal beestjes, en kriebel, zo veel zelfs dat ik bijna gillend wegrende toen ik eindelijk mijn kleren weer zo goed als schoon aan had gekregen. Ondertussen was er ook nog een demonstratie lepels snijden uit bamboe en kregen we een hoop zoete suikerige snacks gevoerd. De tocht bracht ons bij een tweede dorp vanwaar we werden opgehaald door een pickup en werden teruggereden naar Pai.

In Pai stelden de twee britse meisjes voor om samen een kamer te zoeken, dat was goedkoper en het was toch maar voor een avond. We vonden een hutje met twee bedden, waar zij een bed zouden delen en ik de ander zou bezetten. Na een goddelijke douche en schone kleren trokken we de stad in waar ik mijn oude vertrouwde viertal tegen het lijf liep. Ik sprak af om hen later op te zoeken voor een yogales en ging nog wat eten met de britten. Al snel bleken ze meer interesse te hebben in de jongens naast me en dus vertrok ik richting de yoga. Vlak na zonsondergang ontving ik een berichtje via Facebook van een van hen.

“Hi! Me and zil are at the room, we are going out tonight and want a sleep in tomorrow morning, and we know you want to leave early. We think it will be better if you stay somewhere else – you haven’t paid yet anyway so makes sense!”

I got dumped. Klinkt bekend dit, want het was het niet in een vraagvorm maar het werd voor mij besloten. Blijkbaar was hun uitslapen heilig en vonden ze het oke om mij op deze manier mee te delen. Helaas voor mij waren inmiddels alle dorms bezet en had ik nergens anders meer om heen te gaan, en met veel ruzie blijven had ik ook niet echt zin in. Ik besloot met Laura en Shoshi mijn spullen op te halen. Beiden waren eigenlijk veel pissiger dan ik was en boden aan dat ik bij hen in bed kon slapen. De twee Britse tieners waren zich van geen kwaad bewust, of logen iig heel goed tegen zichzelf, want ze waren aan het Skypen toen ik mijn tas kwam halen. Het argument dat er nergens anders een kamer meer was deed ze weinig, als ze het al hoorden want ze bleven stug doorskypen. De 20bath die ik nog tegoed had van het eten kreeg ik met veel moeite. Is 19 Bath ok? Het bleken er 14 te zijn. Eigenlijk had ik vooral veel medelijden met hen. Te oppervlakkig, verwend en naief om te merken dat hun eigen gedrag verrot narcistisch was. Ze bevestigden iig het stereotype (britse) tiener keihard. Ik hoop/geloof niet dat ik ooit zo geweest ben. Maar uiteindelijk sliep ik bijna gratis heerlijk tussen twee mooie duitse meisjes in in een knus hutje, dus ze hebben me een dienst bewezen 😉

Na Pai vertrok ik alleen verder. Onderweg kwam ik langs enkele watervallen en grotten en ik besloot er een te bezoeken. Het was een tombegrot, maar de entree was verlaten. Ik besloot met mijn tassen bij me de berg te beklimmen en de grot te bekijken. De relingen waren overgoten met rode mieren, dus de klim was niet zo makkelijk als hij leek. Bovenin gekomen bedacht ik met dat dit wel eens een domme beslissing had kunnen zijn, mocht er iets mis gaan. Zonder iemand die wist dat ik daar was, tussen een griezelige graftombe en mieren. Ik ben snel weer naar beneden geklommen waar een ander griezelig figuur op me stond te wachten. Een jongen van een jaar of twintig zonder tanden en met een duidelijke verstandelijke beperking wilde met me mee liften op de motor. Ik deed net alsof ik hem niet verstond en reed snel weg… Verder ben ik maar niet meer gestopt.

Voor het eerst heb ik dus daadwerkelijk alleen gereisd en die avond ook alleen gegeten en alleen geslapen. Heerlijk. Mae Hong Son was prachtig, met een zonsondergang in de bergen en een meertje in het midden. De markten waren veel vriendelijker en betaalbaarder en mijn tassen vulden zich als vanzelf.

De dag erna vertok ik richting Mae Cheam, een nietzeggend dorp met als enige attractie de hoogste berg van Thailand naast de deur. Het was een stuk rijden; wel 180km sligerend door de bergen. Het eerste stuk ging voorspoedig en voor lunchtijd was ik halverwege. Daarna werd het vooral heter, meer hetzelfde en voelde het zadel steeds harder. Het mooie roze rokje wat ik gisteren gekocht had bleek niet bestand tegen mijn zwetende lijf en gaf zijn kleur af tot in knalroze bovenbenen had. Het werd steeds heter en er waren weinig plekken om te stoppen. Flauw van de hitte en honger probeerde ik maar meters te maken om zo snel mogelijk op de plek van bestemming te zijn. Bijna bij het einde kwam ik drie duitse jongens tegen en besloot met hen mee te rijden. Echter na een half uurtje moest ik even stoppen en vonden we een houten hutje om te rusten. Hun kennismaking met mij was mij voeren met hun eten en mij ziek zwak en misselijk te horen klagen. Ik haakte daarna af voor het eerste beste hotel en ze reden door.

Ik geloof dat ik een zonnesteek had, koorts, verbrand en uitgedroogd. De rest van de dag bracht ik door in bed, tot ik tegen het avondeten een termometer wilde zoeken. Die hadden ze niet bij de apotheek, dus werd ik naar een docter gestuurd. Die waren er niet op zondagavond, dus het werd het ziekenhuis. Aangekomen bij het ziekenhuis bleek dit verlaten. Een beetje moedeloos, en nog steeds enorm oververhit klampte ik me vast aan een ambulancechauffeur en vroeg hem met behulp van Google Translate waar een dokter was. Ik moest instappen, nu werd het serieus. In de ambulance werd ik naar het nieuwe ziekenhuis gereden, twee kilometer verderop. Daar aangekomen maakt ik al foto’s van alle papieren die ik invulde voor de verzekering, terwijl een dokter mijn keel, bloeddruk en temperatuur in de oksel mat. Het bleek allemaal wel mee te vallen en met een ORS en paracetamol werd met verteld dat het waarschijnlijk Common Cold was…. Ik denk nog steeds zonnesteek, want verkouden was ik niet, maar het hielp. Ik werd teruggebracht met de ambulance en ik was klaar om flink te betalen. De rekening was 70bath, een luttele 2 euro….  Ik geloof dat de receptioniste van onze dokter al meer rekent voor de telefoon opnemen. Na een nachtje slapen was ik weer veel beter en ben ik, via de mooie hoge berg, snel teruggereden naar veilig Chiang Mai.

Hier heb ik nog weer twee nachten geslapen en nu wacht ik op mijn vlucht richting Krabi. Ik ga de (nog fellere) zon opzoeken aan het strand. Mijn laatste dagen zullen vooral relaxt worden, mezelf mentaal voorbereiden op de het werkende leven (grapje, heel veel zin in!) en veel souvenirs inslaan. En dan kom ik alweer terug! Het idee om jullie weer terug te zien wordt steeds tastbaarder. Mijn laatste week India kreeg ik best wel heimwee, hopelijk nu niet.

Liefs

A slow slow slow boat

A slow slow slow boat

Na mijn laatste post over Laos ben ik inmiddels heel veel kilometers verder. Per boot, bus en motor heb ik Noord-Thailand doorgereisd. Alles van voor de motorrit staat hier beschreven, iets minder diepzinnig en spannend ditmaal, maarja het leven van een reiziger kan nou eenmaal niet altijd spannend zijn.

Vanuit Luang Prabeng zijn er een aantal opties om naar Thailand te gaan. Je kan 16 uur in de bus gaan zitten, of het vliegtuig nemen of je kan de slow boat nemen. Dit is een gevaarte van ongeveer 50m lang met vier autostoelen naast elkaar en een bonkende motor achterin. Zoals altijd stonden er weer heel horrorverhalen (een lijk op de boot, bagage overboord…) op het internet over de afzetpraktijken, levensgevaarlijke capriolen en overvolle boten. Ze hebben de pier (waarschijnlijk om meer tuctuc inkomen te genereren) recentelijk verplaatst naar een afgelegen plek buiten de stad. Ik en Leo (de argentijn) waren van plan om op de boot zelf te betalen, aangezien dit goedkoper was dan een tour te boeken. Het bleek allezins mee te vallen. We hadden ieder een dubbele zit voor ons alleen, de boot was prima en de betaling verliep zonder gesteggel. We kochten onszelf in voor 110kip (8$) voor een reisje van Luang Prabang naar Pakbeng. Ik had me heel goed voorbereid op de 8 uur durende boot stroomopwaards over de Mekong, door al mijn electronica op te laden en genoeg films te downloaden. Beetje jammer dat ik mijn oortjes was vergeten. Het landschap was prachtig, met her en der een inheems dorp, en vissertje of een naakt zwemmend kindje. Toch, acht uur uit het raam staren duurt best wel heel lang.

En toen waren we pas halverwege. Het slaapstadje Pakbeng is niks anders dan een tussenhaven voor de twee boten in beide richtingen. Het is rennen voor een goed guesthouse en dan heel lang wachten op je eten. Leo, die om onduidelijke reden weinig had gegeten en bloedchagerijnig was, was mijn enige gezelschap. Ik probeerde wat vragen te stellen, maar er kwam maar mager antwoord. Gelukkig had een winkeltje oortjes, welliswaar knalblauw, maar ik kon mezelf weer vermaken. Dat is maar goed ook, want de volgende dag moesten we weer 8 uur verder varen en had ik de afwisseling tussen snel water, langzaam water en snel-langzaam water wel gehad.

De laatste nacht in Laos brachten we door in een vreemd chinees hotel aan de Thaise grens, waar wederom niks te doen was. Bij het avondeten zagen we drie meisjes van de boot langslopen en ik vroeg hen erbij te komen zitten, zodat ik mijn reisgezelschap weer kon uitbreiden en de mogelijkheid tot een leuk gesprek vergrootte. Het bleken drie gap-year meisjes uit Zuid-Duitsland te zijn; Martina, Shoshana en Laura, een gezelschap van 2 vriendinnen en 1 die zij ook op de boot hadden leren kennen. Na wat kaartje en de laatste Lao biertjes (erg lekker) besloten we de volgende ochtend met zijn vijven de grens over te steken en naar Chiang Mai te vertrekken.

Ik kan nog een ding toevoegen over Laos; ik heb nog nooit zulke eerlijke mensen meegemaakt. Wellicht heb ik de andere volkeren ook minder op de proef gesteld; maar de Lao zijn met vlag en wimpel geslaagd. Ik heb eenmaal mijn tas, inclusief ongeveer 300$ en mijn paspoort een nacht buiten laten liggen en ben eenmaal mijn pinpas vergeten bij een automaat. In het eerste geval heeft de receptionist mijn leven gered, hij heeft alles meegenomen naar binnen en de volledige inhoud weer teruggegeven de volgende ochtend. In het tweede geval kwam een meneer mij achterna rennen. Wat een fijne mensen. En ik zal beter op mijn spullen letten…

En toen waren we weer terug in Thailand. Na een busrit van 4 uur en nog eens 4 uur kwamen we aan in Chiang Mai. Zogezegd de leukste ‘grote’ stad in het noorden. Het heeft een oud ommuurd centrum, vol hippies, hostels en cafetjes, waardoor je eigenlijk niks merkt van de stadsheid daarbuiten. Rond avondeten zaten helaas de meeste hostels al vol, of hadden geen plek meer voor vijf man. Hostel number nice nog wel. Het was een nogal vreemde plek, waar je door het hele huis, vol spullen moest lopen naar een minikamer. Het meest aparte was nog wel het personeel. Waar je in Thailand vaak hoort over ladyboys (mannen (semi) omgebouwd tot vrouwen) waren dit de vrouwelijke versies. Een naam hadden we niet naar, boyladies zou de lading dekken. Op zich niks mis mee, maar de constante knipogen en het gesmoes in het Thais maakte het wat creepy. Wij vier meisjes konden op het kamertje bij elkaar slapen, maar Leo moest zijn stapelbed delen met de receptionist(e).

Gelukkig voor hem deed hij dat niet alleen. Na een bezoek aan de nightmarket hadden we ons gesplits in twee groepen; Leo en Laura gingen wat drinken en ik, Martina en Shoshi gingen shoppen. Uiteindelijk kwamen de twee drinkers niet opdagen op onze ontmoetingsplek, zelfs niet na een half uur wachten, en zijn we maar naar bed gegaan. Laura kwam niet thuis… of onze kamer zat op slot.. of ze wilde ons niet wakker maken. Jaja, volgens mij heeft ze hem gewoon beschermd tegen de Boyladies.

Het leek Martina en Shosi een leuk idee om een Thaise massage te nemen. Nog helemaal in de wolken van mijn Laose massage wilde ik wel mee. Dit was echter een speciaal project, Thaise gevangenen in hun laatste 6 maanden gevangenschap zouden ons masseren. Ik fantaseerde al helemaal over een gevangenisbezoek, maar het bleek gewoon in een salon te zijn. Een soort vorm van educatie, herintegratie en een beetje geld sparen voor die meisjes, en een lekkere massage voor ons. Wie ooit een Thaise massage heeft gehad weet wellicht dat het iets anders is dan een normale massage. Allereerst moesten we een katoenen bloes en broek aan en werden we daar doorheen gemasseerd. En dat ging zacht gezegd nogal, niet zacht. Haar duimen boorden zich in mijn kuiten, mijn armen werden naar achteren getrokken en kneep mijn huid en spieren samen. Wie weet hoe ik bij de tandarts er bijlig, zo lag ik er nu weer bij. Ik probeerde in het Duits bij Soshi te peilen of zij er ook zo over dacht, maar haar vrouwtje was ruim 40 jaar ouder dan de mijne, dus dat ging ‘sehr gut’. Vragen om zachter vond ik ook zo laf, en hielp elke keer een minuutje. Ik hoopte maar dat het zeer effectief was en dacht stilletjes aan de martelpraktijken uit de oude Thaise gevangenissen. Geen Thaise massage meer voor mij, leve de olie en ontspannende massages.

Als laatste activiteit in Chiang Mai hebben we een kookcursus gedaan. Vanaf ‘s ochtends vroeg tot diep in de middag hebben we ons bezig gehouden met de Thaise keuken. Eerst een bezoek aan de local market, waar op elke hoek een tourgroep stond, dus zo local was die nou ook weer niet. Vervolgens een meisje die ons in de tuin achter de keuken alles vertelde over kruiden, en ons deze liet proeven, voelen en ruiken. Wisten jullie al dat er in Thailand drie soorten bascilicum zijn, en geen de Italiaanse variant is die wij kennen? En dat Tumeric/Kurkuma een gele wortel is die alleen gebruikt wordt voor de kleur? (En afgeeft aan je handen en kleren?) Nee wij ook niet, maar nu wel. Vervolgens konden we uit een zesgangen menu voor elke gang een gerecht kiezen wat we gingen maken. Ik heb uiteindelijk een Massaman curry gekookt, een springrol gerold en gefrituurd, mango sticky rice gemaakt plus een soep, salade en cashewnotengerecht in elkaar gekregen. Je kon telkens kiezen tussen very sexy en super unsexy op de schaal van heet tot laf. Een vrij onlineaire, ter interpretatie van onze lerares, schaal van hoeveelheid pepers in je eten. Je kan wel stellen dat ik erg onsexy ben, en gelukkig was ik niet de enige die elke keer het met een half pepertje zonder zaadjes moest stellen 🙂 Het eten was super lekker en ik heb alles goed weten te voltooien, dus wie binnenkort bij kan eten kan uit bovenstaand menu wat bestellen (en het zelf wat sexier maken).

Na de eerste nacht zijn we trouwens overgestapt op een hostel om de hoek, veel meer ruimte, lief receptiemeisje en zelfde prijs. Leo bleef achter bij de Boyladies en Laura hebben we de 3 nachten erna ook niet gezien, het hek zat dicht na 11en… Hier heb ik ook een scooter (motor? 125cc) gehuurd om een rondje te maken langs Pai, Mae Hong Song en Mae Chaem, met een 120-180km tussen elke plaats. Ik kan wel zeggen dat dit wederom een hoogtepunt was (ook letterlijk, met het hoogste punt van Thailand op de route), met zeker veel meer spannende verhalen, dus blijft je inbox F5en, het komt eraan!

Sawasdee ka!